Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP0095

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
09/03293
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP0095
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Gegronde bewijsklacht. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 2. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding als bedoeld in art. 51a.1 Sv komt alleen die schade in aanmerking die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd (HR LJN AV4007 en HR LJN BB7077). ’s Hofs toewijzing van de vordering van de benadeelde partij behoeft nadere motivering nu het hof heeft nagelaten inzichtelijk te maken welke door en namens de benadeelde partij aangevoerde schadeposten het hof als “rechtstreekse schade” heeft aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/299
NJ 2011/94
NJB 2011, 538

Uitspraak

15 februari 2011

Strafkamer

nr. 09/03293

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 oktober 2008, nummer 23/004305-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het onder 2 tenlastegelegde, de beslissingen over de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde straf en maatregel en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"1.

hij in het tijdvak van 10 januari 2005 tot en met 9 april 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk in perceel [a-straat 1] heeft geteeld een hoeveelheid van 560 hennepplanten;

2.

hij in het tijdvak van 10 januari 2005 tot en met 9 april 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan de N.V. [A];

3.

hij op een tijdstip gelegen in het tijdvak van 1 september 2004 tot en met 10 januari 2005 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander een salarisspecificatie van [B] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die specificatie vermeld dat het brutosalaris van [betrokkene 1] over de maand oktober 2004 6097,82 bedroeg, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te doen gebruiken."

2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Naar aanleiding van een melding van stankoverlast en een melding van de eigenaar van perceel [a-straat 1] te Amsterdam stelde ik op 9 april 2005 een onderzoek in. In de woning werd zowel in de huiskamer als in de slaapkamer een wietplantage aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat de eigenaar van de woning de woning had verhuurd met tussenkomst van een makelaar. Ik heb van de makelaar een kopie huurcontract ontvangen. De huurder op dit contract is: [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1964, wonende [a-straat 1] te Amsterdam."

b. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 9 april 2005 is in perceel [a-straat 1] een wietplantage aangetroffen. Deze plantage was volledig in bedrijf en bestond uit 560 planten. Van de planten zijn monsters genomen en voor onderzoek naar het politielaboratorium verstuurd. De politiedeskundige Jellema heeft onderzoek gedaan naar de aangetroffen hennepplanten."

c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 9 april 2005 heb ik te [a-straat 1] te Amsterdam 6 planten (cannabis) inbeslaggenomen."

d. een rapport van de politiedeskundige drs. R. Jellema, voor zover inhoudende als relaas van de deskundige:

"In de zaak contra de verdachte NN [a-straat 1].

De onderzoeksaanvraag en het materiaal werden op 14 april 2005 op het politielaboratorium te Amsterdam ontvangen van verbalisant [verbalisant 1].

Omschrijving: 6 bovengrondse plantendelen met vrouwelijke bloemen, vers gewicht 104 g, droog blad- en bloemgewicht 47,6 g.

Bevat: hennep."

e. een huurovereenkomst met betrekking tot de woning [a-straat 1] te Amsterdam van 10 januari 2005, voor zover inhoudende:

"Huurder/bewoner: [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats].

Het gehuurde: het appartement op de derde verdieping met berging in de onderbouw.

Adres: [a-straat 1] te Amsterdam.

Duur van de verhuur en huur:

Ingangsdatum: 10 januari 2005

Huurperiode: 12 maanden

Einddatum: 31 januari 2006."

f. een aangifte van N.V. [A] van 15 april 2005, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:

"Namens N.V. [A] ben ik, [betrokkene 2], uit hoofde van mijn functie bevoegd om aangifte te doen van diefstal van energie.

Uit het door Nuon ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepkwekerij was ingericht in perceel [a-straat 1] te Amsterdam (het hof begrijpt: de woning van [betrokkene 1]) in de periode van september 2004 tot en met 9 april 2005.

De fraudespecialist constateerde dat de zegels van het zogenoemde klemmendeksel van de electriciteitsmeter waren verbroken. Na het verwijderen van het klemmendeksel is geconstateerd dat de zogenoemde shunt van de electriciteitsmeter was opengezet. Hierdoor werd o.a. de afgenomen electriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij niet via de meter geregistreerd.

Door de politie is in samenwerking met de fraudespecialist een inventarisatie gemaakt van de in de hennepkwekerij aangetroffen apparatuur en het vermogen hiervan. Naar aanleiding van deze inventarisatie is door mij een berekening gemaakt. Er is minimaal 14.303 kWh illegaal afgenomen ten behoeve van de hennepkwekerij."

g. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Ik ben vaker met de politie in aanraking geweest, onder meer voor een hennepplanage. Om de woning op de [a-straat] (het hof begrijpt: nummer [1]) te Amsterdam voor [betrokkene 1] te huren had [betrokkene 1] een loonstrookje nodig. Ik heb zo'n loonstrook gemaakt op de computer. Ik wist dat het verboden is om een loonstrook te vervalsen of vals op te maken om een woning te huren. Ik heb gebeld met de makelaar en een afspraak gemaakt. Dat was in december 2004, denk ik.

Samen met [betrokkene 1] ben ik naar de makelaar toegegaan. [Betrokkene 1] heeft de loonstrook gegeven, gezegd dat hij daar (het hof begrijpt: bij [B]) werkte en de woning gehuurd. Ik weet niet meer precies wat er op dat moment betaald moest worden maar ik heb alles betaald. Omdat [betrokkene 1] geen geld had en ook geen werk, hebben wij de afspraak gemaakt dat [betrokkene 1] een hennepplantage zou starten en onderhouden. Verder was de afspraak dat ik mijn kosten voor de woning uit de opbrengst van het oogsten zou terugkrijgen. Bij de volgende oogsten zou ik een gedeelte van de opbrengst krijgen.

[Betrokkene 1] en ik hebben samen de bakken geplaatst en de lampen opgehangen. [Betrokkene 1] heeft de plantjes gepoot. Ik weet niet meer hoe groot de plantage was, maar 500 plantjes kon wel lukken.

De electriciteit is verder aangesloten door [betrokkene 1]. Ik heb de lampen gewoon via de stekker laten lopen."

h. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Ik heb [betrokkene 1] ongeveer € 6000,- à € 7000,- geleend. Dat was bestemd voor de huur en als borg van een appartement aan de [a-straat 1] te Amsterdam. De woning was net opgeknapt, ik woonde daar zelf. [Betrokkene 1] en ik waren tot de conclusie gekomen dat hij daar een hennepplantage moest beginnen. Daarover hebben we bepaalde afspraken gemaakt. Als hij geoogst had, zou ik het geld dat ik hem geleend had terugkrijgen en meer. Ik wist dat ik investeerde in een hennepplantage. Ik heb de bakken geplaatst, lampen opgehangen en de stekker in het stopcontact gedaan.

Ik beken dat ik tussen 1 september 2004 en 10 januari 2005 in Nederland samen met [betrokkene 1] een salarisspecificatie van [B] valselijk heb opgemaakt door in strijd met de waarheid daarin de vermelden dat het brutosalaris van [betrokkene 1] over de maand oktober 2004 € 6097,82 bedroeg, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te doen gebruiken."

i. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3]:

"Ik ben werkzaam voor het makelaarskantoor [C]. Namens dit bedrijf doe ik aangifte van valsheid in geschrift. Bij het afsluiten van de huurovereenkomst heeft [betrokkene 1] een identiteitsbewijs en een salarisstrook overgelegd. Na onderzoek naar aanleiding van een door de politie aangetroffen wietplantage is gebleken dat de salarisstrook vervalst is, aangezien het bewuste bedrijf sinds 2003 niet meer bestaat.

Ik ben driemaal met [betrokkene 1] in contact geweest, eenmaal ter bezichtiging van de woning, eenmaal op kantoor en eenmaal in de woning voor de overdracht van de sleutel en het tekenen van het huurcontract. Hij was steeds vergezeld van een man die zich voordeed als bemiddelaar. De huur werd contant betaald door de man die met [betrokkene 1] was."

j. een salarisspecificatie van [B] op naam van [betrokkene 1] van 15 april 2005, voor zover inhoudende:

"2004 Oktober

[betrokkene 1], [b-straat 1] te [plaats]

Brutosalaris: 6.097,82"

k. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik kwam in contact met een kennis die zei dat hij [verdachte] heette. [Verdachte] vertelde mij dat hij een woning kon regelen waarin ik me terug kon trekken als mijn vriendin en ik ruzie hadden. Ik wilde dat wel.

Op een dag belde hij me dat hij een geschikt pand had. Ergens tussen de eerste afspraak met [verdachte] en het tekenen van het contract hebben wij afspraak gemaakt over de woning. [Verdachte] en ik zijn toen naar de makelaar gereden. Met de makelaar zijn wij bij de woning gaan kijken. Dat was een woning op [a-straat] te Amsterdam. Ik heb toen een contract getekend."

2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:

"Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde feit heeft de verdediging vrijspraak bepleit nu niet is bewezen dat verdachte alleen dan wel in vereniging 560 hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad.

Dit verweer wordt weerlegd door de op dit punt gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd.

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde feit heeft de verdediging aangevoerd dat op geen enkele wijze enige betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van electriciteit is aangetoond, zodat hij van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Naar de ervaring leert gaat het illegaal telen van hennepplanten gepaard met het illegaal aftappen van electriciteit. Door het medeplegen van het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten heeft de verdachte, die ervaring had met het telen van hennepplanten, naar het oordeel van het hof, dan ook willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zich schuldig zou maken aan het medeplegen van diefstal van electriciteit, hetgeen ook is geschied. Het verweer wordt dan ook verworpen."

3. Beoordeling van het middel

3.1.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

3.1.2. Aangezien de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde, voor zover behelzende dat de verdachte de aan N.V. [A] toebehorende hoeveelheid elektriciteit "tezamen en in vereniging met een ander" heeft weggenomen, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering is de uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De klacht slaagt.

3.2.1. Het middel behelst voorts de klacht dat het Hof de vordering van de benadeelde partij ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd (ten dele) heeft toegewezen.

3.2.2. Tot de aan de Hoge Raad toegezonden stukken behoort een op naam van [betrokkene 4] opgemaakt "voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces", voor zover inhoudende:

"De totale schade bestaat uit de volgende posten:

1. Zie schade rapport Knipmeijer € 11.388,21

2. Declaratie Knipmeijer € 535, 50

3. advocaat Sohansingh € 254, 16"

3.2.3. Het schaderapport Knipmeijer - een rapport van expertise, opgemaakt op 10 juni 2005 door ing. J.A. Knipmeijer, register-expert, dat als bijlage aan het voegingsformulier is gehecht - houdt onder meer het volgende in:

"(...)

Schade

Behalve de schade aan de opengebroken woningdeur, ontstond door de hennepplantage vernielingen en schade aan de opstal en de inboedel. Een tv-toestel werd ontvreemd.

Ook ontstond er financiële schade doordat [betrokkene 1] het elektra, gas en water, niet op zijn naam heeft laten overschrijven. Bij de nutsbedrijven was de contractant [betrokkene 4]. In opdracht van de Nuon, de energieleverancier, werd de elektriciteitsmeter verwijderd. De energiekosten in de periode van 15 januari 2005 tot 9 april 2005 bedragen € 3.163,21, volgens een factuur van Nuon d.d. 19 april 2005.

(...)

Schadeopstelling, op basis van dagwaarde en/of herstelkosten

Entree

vernieuwen van de voordeur met venster, voorzien van een opdekcilinderslot, 2 pensloten, kierenstandhouder en een secustrip: € 650,00

Kleine slaapkamer

2 meter vloerbedekking, 400 cm breed: € 180,00

Overloop

1,5 meter vloerbedekking, 400 cm breed: € 135,00

Ouderslaapkamer

- 3 meter vloerbedekking, 400 cm breed: € 270,00

- reparatie en sausen van plafond: € 300,00

- afstomen van beschadigd behang en leveren en aanbrengen van raufaserbehang, inclusief sausen: € 600,00

- 1 ledikant, 160 x 200 cm, met "Prisma" polyether matras, 160 x 200 cm, 15 cm dik, matrasdek en nachtkastje: € 800,00

- 1 ladekast met 5 laden: € 75,00

- 1 tweedeurs linnenkast van geplastificeerd spaanderplaat, waarvan 1 deur met spiegel: € 400,00

Badkamer/douche

1 badmat € 5,00

Woonkamer

- lamelparketvloer, 900 x 350 cm op thermofelt,

- inclusief het verwijderen van het beschadigde

- parket: € 1.500,00

- 1 tweedeurs linnenkast: € 100,00

- 1 eetkamertafel met 4 eetkamerstoelen, met lederen zitting en rugleuning: € 700,00

- 1 bureau van geplastificeerd spaanderplaat: € 100,00

- 2 "Carpetland" vloerkleden: € 400,00

- 1 "Sony" tv-toestel, type KV-25X5 ST+TT, beeldbuisdiagonaal 63 cm: € 225,00

- reinigingskosten van een skaibeklede zitcombinatie, bestaande uit een 2- en 3-zitsbank: PM

- 1 tweedelige horizontale lamellen zonwering, 283 x 180 cm: € 100,00

- kozijn woonkamer/keuken repareren en schilderen: € 60,00

- repareren en sausen van woonkamerplafond, 900 x 350 cm: € 600,00

- plank bij zijraam repareren: € 25,00

Algemeen

- energiekosten van NV Nuon

- Customer Care Center tot 9 april 2005,

inclusief voorrijkosten, onderzoek meetinrichting, aansluitkosten, administratiekosten, volgens een factuur van NV Nuon Customer Care d.d. 19 april 2005: € 3.163,21

- verwijderen en afvoeren van beschadigde inboedel, inclusief container- en stortkosten: € 500,00

- schoonmaakkosten :€ 500,00

- kosten van Knipmeijer Expertises BVPM"

3.2.4. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnotities heeft de raadsman aldaar onder meer het volgende aangevoerd:

"Aangezien aan mijn cliënt niet ten laste is gelegd de vernieling van de woning en de daarin zich bevindende inventaris van de woning van [betrokkene 4] ben ik van mening dat reeds om deze reden de civiele vordering niet voor toewijzing vatbaar is.

Overigens ben ik subsidiair van mening dat deze vordering niet-ontvankelijk is omdat absoluut onduidelijk is wat de schade is die [betrokkene 4] zou hebben geleden.

Zo claimt [betrokkene 4] een bedrag van € 3.163,21 dat aan Nuon Customer Care zou zijn betaald terwijl de ontnemingsvordering uitgaat van een bedrag van € 705,40 terzake gestolen energie.

Voorts kan ik de andere door [betrokkene 4] in rekening gebrachte posten niet in verband brengen met de wietplantage die zich immers slechts in woonkamer bevond.

Hooguit kan rekening worden gehouden met de kosten van vervanging van de lamel parketvloer in de woonkamer.

Ook het expertiserapport kan geen duidelijkheid geven ten aanzien van het causale verband tussen de andere schadeposten en de aanwezigheid van de wietplantage.

Voorts is onduidelijk in hoeverre de verzekering iets aan de verhuurder zou hebben uitbetaald, dit zal waarschijnlijk wel het geval zijn geweest in verband met het inschakelen van het expertisekantoor Knipmeijer. Hier moet meer duidelijkheid over komen.

(...) tevens bepleit ik (...) de afwijzing van de civiele vordering van [betrokkene 4]."

3.2.5. Het Hof heeft in het bestreden arrest ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij als volgt overwogen en beslist:

"Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 4]

De benadeelde partij als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering heeft zich overeenkomstig artikel 51b van dat Wetboek in het onderhavige strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade als gevolg van het aan verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De vordering is in eerste aanleg toegewezen.

De verdachte heeft deze vordering betwist, door te stellen dat hij zich niet schuldig acht aan de hem tenlastegelegde feiten.

Het hof is van oordeel dat het hierna te noemen gedeelte van de vordering van de benadeelde partij van zo eenvoudige aard is, dat dit zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering van de benadeelde partij zal dan ook tot na te melden bedrag worden toegewezen.

Het hof is van oordeel dat het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is, dat dit zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Het hof zal de benadeelde partij in zoverre daarin dan ook niet ontvankelijk verklaren.

Het hof acht voorts termen aanwezig om, als extra waarborg voor betaling van (het toegewezen gedeelte van) de vordering van de benadeelde partij, de verdachte die naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht, de verplichting op te leggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

(...)

Beslissing

Het hof:

(...)

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [betrokkene 4], wonende te [woonplaats], een bedrag van EUR 5.455,50 (vijfduizend vierhonderdvijfenvijftig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Legt de verdachte voorts op de verplichting tot betaling aan de Staat van een som geld, groot € 5.455,50 (vijfduizend vierhonderdvijfenvijftig euro en vijftig cent), zulks ten behoeve van [betrokkene 4].

(...)"

3.2.6. Bij de beoordeling van de klacht moet het volgende worden vooropgesteld. Op grond van art. 51a, eerste lid, Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd (vgl. HR 11 april 2006, LJN AV4007, NJ 2006/263 en HR 22 april 2008, LJN BB7077, NJ 2008/468).

3.2.7. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 5.455,50 en de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld behoeft deze beslissing, mede tegen de achtergrond van hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd, nadere motivering. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het Hof heeft nagelaten inzichtelijk te maken welke door en namens de benadeelde partij aangevoerde schadeposten het Hof als "rechtstreekse schade" in de hiervoor onder 3.2.6 bedoelde zin heeft aangemerkt.

3.2.8. Ook in zoverre slaagt het middel.

4. Beoordeling van het middel voor het overige

Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde, de strafoplegging, daaronder begrepen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, alsmede de beslissing op de vordering van de benadeelde partij;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 15 februari 2011.