Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BO9837

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
09/01913
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO9837
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Het Hof heeft voor het bewijs van feit 1 en 3 mede redengevend geacht dat verdachte voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Dat oordeel is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/272
NJB 2011, 479
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 februari 2011

Strafkamer

nr. 09/01913

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 juli 2008, nummer 22/003330-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het onder 1 en 3 bewezenverklaarde en de opgelegde straf en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten aanzien van hetgeen onder 1 en 2 is bewezenverklaard mede redengevend heeft geacht dat de verdachte "voor soortgelijke feiten is veroordeeld".

2.2. Het Hof heeft ten aanzien van de bewijsvoering het volgende overwogen:

"Bij een dergelijke nauwe en bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering, zoals blijkend uit de hierboven weergegeven en overige bewijsmiddelen, heeft de verdachte tenminste voorwaardelijk opzet gehad op het opzettelijk gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften en op oplichting, temeer daar de verdachte voor soortgelijke feiten is veroordeeld."

2.3. Blijkens haar inhoud heeft die passage alleen betrekking op de bewezenverklaringen onder 1 en 3.

2.4. Het slot van die passage houdt een oordeel in dat zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.

De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.5. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Beoordeling van het vierde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 8 februari 2011.