Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BO9704

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
09/03176
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO9704
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81 RO. De middelen, die niet klagen over de omzetting van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in een werkstraf, kunnen niet tot cassatie leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/243
NJB 2011, 422

Uitspraak

1 februari 2011

Strafkamer

nr. 09/03176

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2009, nummer 23/004000-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W. Drummen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest doch uitsluitend voor zover het Hof heeft bepaald dat de door het Hof gelaste tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie wordt vervangen door een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met verwerping van het beroep voor het overige.

1.2. De raadsvrouwe heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. Nu deze reactie na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingekomen, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen, die niet klagen over de omzetting van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in een werkstraf, kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 1 februari 2011.