Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BO6737

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
09/03278
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO6737
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 413.1 Sv, dagvaardingstermijn. De termijn van 10 dgn geldt ook voor de Enkelvoudige Kamer. Het Hof had het o.t.t.z. o.g.v. art. 413 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen. Dit verzuim strijdt zozeer met een goede procesorde dat het nietigheid oplevert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/275
NJB 2011, 469
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 februari 2011

Strafkamer

nr. 09/03278

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 juni 2009, nummer 23/001120-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.O. Zandt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet heeft geschorst.

2.2. Volgens de akte van uitreiking - gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op 30 juni 2009 op de terechtzitting van het Hof terecht te staan - is deze dagvaarding op 25 juni 2009 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in art. 588, derde lid onder c, Sv. De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen die ook geldt ten aanzien van de behandeling door de enkelvoudige kamer is dus niet in acht genomen.

2.3. Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting de verdachte daar niet is verschenen, had het Hof het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv in samenhang met art. 265, derde lid, Sv dienen te schorsen. Het Hof heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend.

2.4. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.

2.5. Het middel is dus terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M Hart, en uitgesproken op 8 februari 2011.