Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BO5372

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-01-2011
Datum publicatie
11-01-2011
Zaaknummer
10/00712
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO5372
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien hoe de door het hof tot bewijs gebezigde verklaring van verdachte tegenover de rechter-commissaris waarin hij ontkent bij de bedoelde woning aanwezig te zijn geweest aan het bewijs kan bijdragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/161
NJB 2011, 259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 januari 2011

Strafkamer

Nr. 10/00712

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 december 2009, nummer 22/002036-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Midden Holland, locatie De Geniepoort" te Alphen aan den Rijn.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt over de motivering van het onder 4 bewezenverklaarde.

2.2. Het Hof heeft onder 4 bewezenverklaard dat:

"hij op 6 december 2008 te 's-Gravenhage met anderen, aan de openbare weg, [a-straat 1], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen de voordeur van voornoemd pand, welk geweld bestond uit het bonken/schoppen tegen die deur."

2.3. Met betrekking tot deze bewezenverklaring heeft het Hof - met inbegrip van hier niet overgenomen voetnoten - het volgende overwogen:

"Door het hof op basis van de bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

(...)

Ten aanzien van feit 4

Op 6 december 2008 heeft [betrokkene 1] wederom aangifte gedaan en verklaard dat [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [verdachte] die dag bij zijn moeder aan de deur, aan de [a-straat 1] te Den Haag, zijn geweest. Hij zag dat zij voor de deur stonden en dat zij stokken en een hamer bij zich hadden. De moeder van aangever heeft toen de deur afgesloten en direct de politie gebeld. Later zag [betrokkene 1] dat er krassen op de deur stonden.

Op een later moment heeft [betrokkene 1] verklaard dat hij [betrokkene 2] zag staan toen hij naar buiten keek. Voorts heeft [betrokkene 1] verklaard dat [betrokkene 3], [verdachte] en [betrokkene 2] hebben staan schelden voor de deur: hij herkende hun stemmen. [Betrokkene 1] hoorde dat ze hard tegen de deur schopten, waardoor de deur werd beschadigd.

De moeder van [betrokkene 1], [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4]), heeft verklaard dat zij op 6 december 2008, vanuit haar woning, een zwarte BMW de straat in zag komen rijden. Zij zag dat er in de auto drie Turkse mannen zaten, waarvan er één [betrokkene 3] was. Ze zag dat de mannen naar de deur van haar woning liepen. Direct daarop hoorde zij een aantal harde bonken. Nadat de drie Turkse mannen waren verdwenen zag [betrokkene 4] diverse deuken en lakschade aan haar voordeur.

Op 25 december 2008 heeft [betrokkene 3] op politiefoto's herkend.

[Betrokkene 2] heeft tegenover de politie verklaard dat hij zaterdag 6 december 2008 op verzoek van [betrokkene 1] aan de deur is geweest. Tegenover de rechter-commissaris heeft verdachte, geconfronteerd met de verklaring van zijn broer [betrokkene 2], inhoudende dat hij samen met zijn broers [betrokkene 3] en [verdachte] bij de woning van de moeder van [betrokkene 1] is geweest, ontkend bij die woning te zijn geweest.

Op grond van de bovengenoemde feiten en omstandigheden - in samenhang bezien - is het hof van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de verdachte zich samen met zijn twee broers schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen de voordeur van [betrokkene 4]."

2.4. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien hoe de door het Hof tot bewijs gebezigde verklaring van de verdachte tegenover de rechter-commissaris waarin hij ontkent bij de in feit 4 bedoelde woning aanwezig te zijn geweest, aan het bewijs kan bijdragen. Het middel klaagt daarover terecht.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 11 januari 2011.