Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BO4020

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
09/01529
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO4020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Promis. Het hof heeft het Promis-vonnis van de rechtbank bevestigd. De klacht dat het hof terzake van de bewijsredenering van het onder 1 bewezenverklaarde heeft verwezen naar “volledige processen-verbaal” mist feitelijke grondslag. Ook overigens faalt het middel nu het hof de eisen die aan de door hem gevolgde werkwijze door de HR zijn gesteld niet heeft miskend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/304
NJB 2011, 532
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 februari 2011

Strafkamer

nr. 09/01529

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2009, nummer 22/003644-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak, waarbij het vonnis van de Rechtbank "met aanvulling van art. 63 Sr" is bevestigd, ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.

2.2. Hetgeen ten laste van de verdachte onder 1 is bewezenverklaard en de bewijsvoering dienaangaande zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.

2.3. De werkwijze die het Hof, dat het vonnis van de Rechtbank in dit opzicht heeft bevestigd, in de onderhavige zaak heeft gevolgd ten aanzien van de bewijsmotivering van het onder 1 bewezenverklaarde komt hierop neer dat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de beslissing steunt dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in een terstond uitgewerkt arrest zijn opgenomen in een bewijsredenering waarbij het Hof heeft volstaan met een verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen waaraan die feiten en omstandigheden zijn ontleend. In beginsel is die werkwijze niet in strijd met art. 359, derde lid, Sv. Een dergelijke bewijsredenering kan de inzichtelijkheid van de door de rechter gevolgde gedachtegang bevorderen, terwijl niet wordt tekortgedaan aan een andere wezenlijke functie van de bewijsmotivering, namelijk dat de rechter op controleerbare wijze zich ervan vergewist dat de beslissing dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, steunt op daartoe redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan wettige bewijsmiddelen.

Een zodanige verwijzing naar de bewijsmiddelen behoort zo nauwkeurig te zijn dat voorts kan worden beoordeeld of de samenvatting geen ongeoorloofde conclusies of niet redengevende onderdelen inhoudt dan wel of de bewijsmiddelen niet zijn gedenatureerd. (Vgl. HR 15 mei 2007, LJN BA0424, NJ 2007/387, rov. 5.5.2 en rov. 5.6.1)

2.4. Die door het Hof gevolgde werkwijze wordt in cassatie als volgt bestreden:

"Een verwijzing naar volledige processenverbaal, dan wel naar volledige pagina's daarvan, volstaat niet.

Onvoldoende duidelijk is en blijft in dat geval welke onderdelen van de bewijsmiddelen volgens de rechtbank en het gerechtshof wel en niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De grote hoeveelheid informatie op dergelijke pagina's met daarin tegenstrijdigheden, onvolkomenheden en klaarblijkelijke onjuistheden kan niet - zonder meer - worden getoetst op de bruikbaarheid ervan voor het bewijs."

2.5.1. Voor zover het middel klaagt dat het Hof ter zake van de bewijsredenering van het onder 1 bewezenverklaarde heeft verwezen naar "volledige processen-verbaal" mist het feitelijke grondslag zodat het in zoverre niet tot cassatie kan leiden.

2.5.2. Ook overigens kan het middel niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft de eisen die aan de door hem gevolgde werkwijze door de Hoge Raad zijn gesteld op zichzelf niet miskend, terwijl het middel ten aanzien van geen enkel onderdeel van het onder 1 bewezenverklaarde stellig en duidelijk klaagt in welk opzicht de bewezenverklaring niet in toereikende mate steunt op de inhoud van wettige bewijsmiddelen dan wel de samenvatting ongeoorloofde conclusies of niet redengevende onderdelen inhoudt dan wel de bewijsmiddelen zijn gedenatureerd.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 15 februari 2011.