Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BO4721

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
23-11-2010
Zaaknummer
10/00960 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Van de in de aanvraag tot herziening gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was. Aanvraag dus kennelijk ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1434
NJB 2010, 2303
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 november 2010

Strafkamer

nr. 10/00960 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Roermond van 5 november 2009, nummer 04/994569-09, ingediend door mr. F.G.J.W.C. Gielen, advocaat te Roermond, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Economische Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk handelen/nalaten in strijd met een maatregel als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de economische delicten" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 week, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een geldboete van € 6.000,-, subsidiair 65 dagen hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Als grond voor herziening wordt aangevoerd dat de Economische Politierechter destijds niet ermee bekend was dat de aanvrager op de pleegdatum, 14 november 2008, geen eigenaar meer was van het perceel waarop de in de bewezenverklaring bedoelde herplantingsplicht lag, wegens het verzaken waarvan de aanvrager bij het vonnis waarvan de herziening wordt gevraagd, is veroordeeld.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder

2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Tot de stukken behoort het proces-verbaal van de terechtzitting van de Economische Politierechter van 5 november 2009. Blijkens dat proces-verbaal heeft de Economische Politierechter aldaar de korte inhoud medegedeeld van het proces-verbaal van 8 januari 2009 van de buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dat proces-verbaal houdt in als tot bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik heb omstreeks augustus 2008 namens het Waterschap Peel en Maasvallei een perceel grond aangekocht van [aanvrager] uit [plaats]. Dit perceel staat kadastraal bekend als [plaats], sectie [A], nummer [001]. [Aanvrager] deelde mij bij de overdacht mede, dat op dit perceel geen verplichtingen lagen. In de notariële akte staat hierover ook niets vermeld. Nadat ik via de Provincie Limburg had vernomen, dat op dit perceel een herplantingsplicht lag, heb ik contact opgenomen met [aanvrager]. Deze deelde mij mee dat de Provincie Limburg ook bij hem was geweest en niet moest liggen te zeiken. Tevens vertelde hij mij: "ik duw hier en daar wel een boompje in de grond"."

3.3. Van de in de aanvrage gestelde omstandigheid kan dus niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was. Daaruit vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 november 2010.