Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BO1992

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
29-10-2010
Zaaknummer
09/03675
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5188, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artikel 8, lid 1, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Zgn. Groninger akte. In casu sprake van akte als bedoeld in deze bepaling? Opschortende voorwaarde of ontbindende voorwaarde?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2011/5
BNB 2011/13 met annotatie van J.C. VAN STRAATEN
FED 2011/3 met annotatie van Redactie
Belastingadvies 2010/24.10
V-N 2010/58.22 met annotatie van Redactie
FutD 2010-2500
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 09/03675

29 oktober 2010

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 augustus 2009, nr. P08/01069, betreffende een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/89) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot nihil.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Belanghebbende heeft met dagtekening 9 februari 2005 een "KOOPAKTE BESTAANDE EENGEZINGSWONING" ondertekend. In deze akte, waarin belanghebbende als koper is aangeduid, is onder meer opgenomen:

"verkoper verkoopt aan koper, die van verkoper koopt: plaatselijk bekend te (...), het recht van opstal (...) op (...) een perceel grond(...)

artikel 1 Kosten, rechten en overdrachtsbelasting

1.1. Kosten, rechten en overdrachtsbelasting, op deze overeenkomst en de eigendomsoverdracht vallende, zijn voor rekening van koper.

1.2. (een doorgehaalde passage over de overdrachtsbelasting; zie hierna, HR)

artikel 2 Betaling

De betaling van de koopsom (...) vindt plaats via de notaris bij het passeren van de akte van levering.

(...).

artikel 3. Eigendomsoverdracht

3.1. De akte van levering zal gepasseerd worden op 7 maart 2005 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen (...)

(...)

artikel 6. Feitelijke levering, overdracht aanspraken

6.1. De feitelijke levering en aanvaarding vindt plaats op de datum van notariële overdracht (...).

artikel 7. Baten, lasten en canons

Alle baten, lasten en verschuldigde canons komen voor rekening van koper met ingang van de datum van notariële overdracht.

(...).

artikel 9 Risico-overgang (...)

9.1. De onroerende zaak is met ingang van het moment van tekenen van de akte van levering voor risico van koper (...).

(...)."

3.1.2. De koopakte is opgemaakt overeenkomstig het model van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen NVM, de Consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis, model juli 2004. Het in dat model opgenomen (en in voormelde koopakte doorgehaalde) artikel 1.2 bevat de volgende bepaling:

"Indien de overdrachtsbelasting voor rekening van koper komt en door koper met succes een beroep kan worden gedaan op vermindering van de heffingsgrondslag, zal koper aan verkoper wel/niet*) uitkeren het verschil tussen enerzijds het bedrag dat aan overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn zonder vermindering van de heffingsgrondslag en anderzijds het werkelijk aan overdrachtsbelasting verschuldigde bedrag. Indien partijen overeenkomen dat bedoeld verschil aan verkoper wordt uitgekeerd zal dit via de notaris gelijktijdig met de betaling van de koopsom plaatsvinden."

3.1.3. Op 7 maart 2005 is een akte opgemaakt, getiteld 'AKTE VAN LEVERING ONDER ONTBINDENDE VOORWAARDEN'. Deze akte bevat onder meer de volgende bepalingen:

"VOORAFGAANDE VERKRIJGING

Het verkochte is door verkoper verkregen door de inschrijving ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers (...) op tien september tweeduizend vier (...) van een akte van levering, houdende kwijting voor de koopsom, op negen september twee duizend vier verleden voor (...).

(...)

BETALING KOOPPRIJS

De totale koopprijs dient door de koper te worden voldaan uiterlijk op zes april tweeduizend vijf (...)

BETALING KOSTEN VAN OVERDRACHT

De kosten en de belastingen terzake de levering van het verkochte worden door de koper voldaan vóór de ondertekening van de notariële akte (van kwijting) (...)

(...)

AANVULLENDE NOTARIËLE AKTE OF AKTE VAN KWIJTING

I. Als gemeld zal zodra en indien de in deze akte omschreven ontbindende voorwaarden zijn vervallen voor rekening van koper een aanvullende akte worden opgemaakt, waaruit zal blijken:

a. dat de ontbindende voorwaarden zijn vervallen en derhalve de onderhavige overeenkomst en levering onvoorwaardelijk van kracht is;

b. dat de koopsom door koper is voldaan (...), waarvoor de verkoper alsdan kwijting zal verlenen;

c. dat partijen geen ontbinding van de koopovereenkomst en deze overeenkomst kunnen vorderen;

(...)

INSCHRIJVING KADASTER

De onderhavige akte van levering en de genoemde aanvullende akte zullen tezamen na het verlijden van laatstbedoelde akte worden ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers van het Kadaster.

BEPALINGEN

Voormelde koopovereenkomst is, voor zover ten deze nog van belang, gesloten onder de volgende (lees: bedingen, HR):

kosten en belastingen

Artikel 1

(...)

3. Koper zal bij de ondertekening van de notariële akte (van kwijting) aan verkoper uitkeren het verschil tussen het bedrag dat aan overdrachtsbelasting zou zijn verschuldigd zonder vermindering van de heffingsgrondslag in verband met artikel 13 Wet op belastingen van rechtsverkeer, en het werkelijk aan overdrachtsbelasting verschuldigde bedrag. (...)

(...)

tijdstip feitelijke levering, baten en lasten, risico

Artikel 3

De feitelijke levering (aflevering) van het verkochte vindt plaats terstond na de ondertekening van de akte van kwijting.

Vanaf dat tijdstip komen de baten de koper ten goede, zijn de lasten voor zijn rekening en draagt hij het risico van het verkochte.

(...)

ONTBINDENDE VOORWAARDEN

Deze overeenkomst is ontbonden in het volgende geval, te weten:

de totale koopprijs, vermeerderd met de kosten en de belastingen terzake de levering van het verkochte, door de koper niet is voldaan uiterlijk op zes april tweeduizend vijf (06-04-2005)".

(...)

OVERDRACHTSBELASTING

Voor wat betreft de verschuldigde overdrachtsbelasting doet koper hierbij een beroep op het bepaalde in artikel 13 van de Wet op Belastingen van rechtsverkeer, aangezien de verkrijging van het verkochte door de verkoper op negen september tweeduizend vier heeft plaatsgevonden (...), zodat thans (...) aan overdrachtsbelasting verschuldigd is een bedrag van: een duizend zes honderd vijftig euro (€ 1.650,00)."

3.1.4. Met dagtekening 6 april 2005 is een akte opgemaakt, getiteld 'KWITANTIE-KOOPPENNINGEN'. Deze akte, waarin wordt verwezen naar beide voornoemde akten, bevat onder meer de volgende bepalingen:

"BETALING KOOPPRIJS

(...) De comparanten verklaren bij deze dat voormelde koopsom met het ingevolge de koopovereenkomst verschuldigde, door koper is gestort op een rekening van mij, notaris.

KWIJTING BETALING KOOPPRIJS

Terzake deze betaling wordt (...) namens de verkoper aan koper bij deze volledige kwijting verleend.

ONTBINDENDE VOORWAARDEN UIT ONDERLIGGENDE OVEREENKOMSTEN

Door de gemelde betaling van het verschuldigde zijn alle ontbindende voorwaarden die zijn overeengekomen in de koopovereenkomst of in nadere overeenkomsten die op de koop betrekking hebben, thans uitgewerkt.

(...)

ONVOORWAARDELIJKE LEVERING

Op grond van het bovenstaande is de levering thans onvoorwaardelijk geworden en wordt de notaris opdracht verleend voormelde akte van levering en de onderhavige akte van kwijting tezamen bij afschrift te doen inschrijven ten Kantore van de Rijksdienst van het Kadaster en de Openbare Registers (...), teneinde de juridische levering te bewerkstelligen.

(...)."

3.2. Voor het Hof was in geschil of belanghebbendes verkrijging heeft plaatsgevonden binnen zes maanden na de voorafgaande verkrijging op 9 september 2004 en derhalve de waarde van de verkrijging dient te worden verminderd op de voet van artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: de Wet). Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Het heeft daartoe overwogen dat de bij de akte van levering van 7 maart 2005 betrokken partijen zijn overeengekomen dat die akte niet zonder de akte van kwijting zal worden ingeschreven in de openbare registers. Eerst als aan deze voorwaarde van bewijs van betaling is voldaan is de akte van levering rijp voor inschrijving en eerst op dat moment vindt de levering plaats, aldus het Hof. Hetgeen door deze partijen als een ontbindende voorwaarde is geformuleerd is volgens het Hof feitelijk een opschortende voorwaarde, nu uit deze voorwaarde volgt dat er geen voor ontbinding in aanmerking komende rechtsgevolgen waren vóór 6 april 2005, de dag waarop de akte van kwijting werd opgemaakt.

3.3. Het hiertegen gerichte middel slaagt. Het Hof heeft miskend dat artikel 8, lid 1, van de Wet geen eisen stelt ten aanzien van het tijdstip waarop of de voorwaarden waaronder de in dat artikel bedoelde akte zal worden ingeschreven in de openbare registers. Vereist is slechts dat de akte geschikt is om, indien zij wordt ingeschreven, de eigendom te doen overgaan (vgl. HR 7 juni 1981, nr. 19783, BNB 1981/276). Ook kunnen de door het Hof genoemde omstandigheden niet meebrengen dat in het onderhavige geval sprake is van een opschortende voorwaarde. De in 3.1.3 bedoelde akte bevat immers gelet op haar bewoordingen een ontbindende voorwaarde, terwijl niet valt in te zien waarom zij - onder die voorwaarde - niet direct de rechtsgevolgen van een akte van levering heeft gehad.

3.4. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Mede gelet op het in 3.3 overwogene laten de bewoordingen van de in 3.1.3 bedoelde akte en de stukken van het geding geen andere uitleg toe dan dat die akte geschikt is om te dienen als tot overdracht bestemde akte in de zin van artikel (3:98 in verbinding met) 3:89 BW. De daarin opgenomen bedingen betreffende de inschrijving van de akte staan hieraan niet in de weg. Derhalve dient in het onderhavige geval het tijdstip van verkrijging op grond van artikel 8, lid 1, van de Wet te worden bepaald op 7 maart 2005.

4. Proceskosten

De Minister van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie en de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,

gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 110,

veroordeelt de Minister van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en

veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 322 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2010.