Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN9385

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2010
Datum publicatie
06-10-2010
Zaaknummer
10/02089 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1205
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 oktober 2010

Strafkamer

nr. 10/02089 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 januari 2008, nummer 15/800083-08, ingediend door mr. G. Ocak, advocaat te Utrecht namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3. Het in de aanvrage gestelde houdt in de kern niet meer in dan dat in de eerste plaats uit een vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 17 september 2008, LJN BF1164, betreffende een strafzaak tegen iemand anders dan de aanvrager, volgt dat 'het vervalsen van documenten niet kan worden tegengeworpen in een asielzaak' en dat in de tweede plaats herziening van het veroordelend vonnis van de Politierechter zeer wenselijk is, nu deze veroordeling het door de aanvrager verkrijgen van een verblijfsvergunning sterk bemoeilijkt.

3.4. Aldus behelst het in de aanvrage gestelde niet een beroep op een feitelijke omstandigheid als hiervoor onder 3.1 bedoeld. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.