Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN6397

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
22-10-2010
Zaaknummer
10/01801
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BN6397
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8583, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geen belang bij cassatieberoep, nu geldigheidsduur machtiging tot plaatsing minderjarige in een pleeggezin is verstreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1272
JWB 2010/436
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 oktober 2010

Eerste Kamer

10/01801

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Brandt,

t e g e n

STICHTING BUREAU JEUGDZORG STADSREGIO ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en Bureau Jeugdzorg.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 330911/J2 RK 09-737 van de kinderrechter te Rotterdam van 26 juni 2009,

b. de beschikking in de zaak 200.044.568.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de moeder heeft bij brief van 23 augustus 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling

De geldigheidsduur van de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een pleeggezin is op 5 juli 2010 verstreken. Om deze reden heeft de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep, zodat dit moet worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 22 oktober 2010.