Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN6124

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
08/04758
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BN6124
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Uitleg uiterste wilsbeschikking (art. 4: 46 BW). Echtgenoot erflaatster, aan wie ook het recht van gebruik en bewoning is gelegateerd, op grond van keuzelegaat gerechtigd om tegen inbreng van de waarde daarvan in de nalatenschap het recht op de bloot eigendom van de tot de nalatenschap behorende woning over te nemen. Waardering bloot eigendom. Rente die echtgenoot aan andere erfgenamen verschuldigd is, gelijk aan de wettelijke rente vanaf de peildatum voor de waardebepaling? (art. 81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1216
RN 2011/3
JWB 2010/421
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 oktober 2010

Eerste Kamer

08/04758

DV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. M.E. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 71922/HA ZA 04-262 van de rechtbank Alkmaar van 23 februari 2005, 13 juli 2005 en 10 mei 2006,

b. de arresten in de zaak met het rolnummer 1353/06 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 november 2007 en 7 augustus 2008.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het principale beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 30 september 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.