Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN4309

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2010
Datum publicatie
06-10-2010
Zaaknummer
09/00698
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BN4309
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 412.2 Sv. Oproeping/dagvaarding h.b. Na nietigverklaring van de dagvaarding in h.b. is volstaan met oproeping van verdachte voor de tz. in hb. De in art. 412.2 Sv bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping voor een zitting, a.b.i. art. 408a Sv. In een geval zoals i.c. voorziet de wet niet erin de zaak d.m.v. een oproeping aanhangig te maken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 408a
Wetboek van Strafvordering 412
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1188
NJ 2010/550
NJB 2010, 1947
NBSTRAF 2010/346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 oktober 2010

Strafkamer

nr. 09/00698

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 september 2008, nummer 20/002811-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C.W. Noorduyn en mr. Th.J. Kelder, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting van 1 september 2008.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat voor de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008 ten onrechte is volstaan met de oproeping van de verdachte.

2.2. De stukken van het geding houden het volgende in:

(i) de aantekening mondeling arrest van de Enkelvoudige Kamer van 4 april 2008, inhoudende de nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep;

(ii) de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008;

(iii) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008, inhoudende dat tegen de aldaar niet verschenen verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak wordt voortgezet.

2.3. Ingevolge art. 412, tweede lid, Sv wordt de zaak in hoger beroep ter terechtzitting aanhangig gemaakt door oproeping of dagvaarding vanwege de advocaat-generaal aan de verdachte betekend, teneinde terecht te staan ter zake van een of meer van de feiten hem in eerste aanleg telastegelegd. De in dit artikellid bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping voor een bepaalde terechtzitting, zoals geregeld in art. 408a Sv.

2.4. Nu de wet in een geval als het onderhavige niet erin voorziet de zaak door middel van een oproeping ter terechtzitting in hoger beroep aanhangig te maken, had na de hiervoor onder (i) vermelde nietigverklaring van de dagvaarding een nieuwe dagvaarding dienen te worden uitgebracht voor de onder (ii) genoemde terechtzitting.

Het in de bestreden uitspraak besloten liggende andersluidende oordeel van het Hof is dus onjuist.

2.5. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de oproeping van de verdachte om ter terechtzitting van 1 september 2008 in hoger beroep te verschijnen nietig verkaren.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de oproeping van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008 nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.