Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BN0333

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
06-07-2010
Zaaknummer
08/03152 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BN0333
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. Buiten twijfel staat dat het vonnis waarvan herziening wordt gevraagd niet is gewezen ten laste van aanvrager, maar van verdachte X, ten aanzien van wie dat vonnis ook is geëxecuteerd. Nu aanvrager dus niet kan gelden als ‘veroordeelde te wiens aanzien het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan’ a.b.i. art. 458.1 Sv kan aanvrager, gelet op het bepaalde in art. 460 Sv niet worden ontvangen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 138
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/934
NJB 2010, 1557
NBSTRAF 2010/321
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 juli 2010

Strafkamer

nr. 08/03152 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Groningen van 29 oktober 2002, nummer 18/030245-02, ingediend door mr. P.M.S. Dijks, advocaat te Maastricht namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, voor dit verzoek woonplaats kiezende te Maastricht ten kantore van zijn advocaat.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Rechtbank heeft blijkens het vonnis van 29 oktober 2002 "[betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, ook bekend staand onder de volgende aliassen: [alias 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, [alias 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, [alias 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, [alias 4], geboren op [geboortedatum] 1974, [alias 5], geboren op [geboortedatum] 1978, [alias 6], geboren op [geboortedatum] 1975" ter zake van 1. "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en 2. "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer zoals in het vonnis omschreven.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage ongegrond zal verklaren.

4. Beoordeling van de aanvrage

Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal is uiteengezet staat buiten twijfel dat het vonnis waarvan herziening wordt gevraagd niet is gewezen ten laste van de aanvrager, maar van de hiervoor onder 1 genoemde [betrokkene 1], ten aanzien van wie dat vonnis ook is geëxecuteerd.

Nu de aanvrager dus niet kan gelden als "veroordeelde te wiens aanzien het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan" als bedoeld in art. 458, eerste lid, Sv, kan de aanvrager, gelet op het bepaalde in art. 460 Sv, niet worden ontvangen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 juli 2010.