Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BM4208

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
07/12380 E
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BM4208
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Bewijs medeplegen flessentrekkerij, art. 326a Sv. 2. Bewijsklacht. Valse hoedanigheid a.b.i. art. 326 (oud) Sr. Ad 1. Uit de bewijsmiddelen kan niet [zonder meer] volgen dat verdachte tezamen en in vereniging benzine heeft gekocht. Ad 2. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD4320. Het hof heeft a.d.h.v. de bewijsmiddelen vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachte huurcontracten voor woningen hebben afgesloten en ondertekend en vervolgens de verschuldigde huur en borgsom niet hebben betaald. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet volgen dat verdachte en zijn medeverdachte een valse hoedanigheid hebben aangenomen noch dat zij een of meer listige kunstgrepen hebben gebruikt. Nu het Hof daarover niets nader heeft overwogen is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1338
NJ 2010/600
NJB 2010, 2110
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 november 2010

Strafkamer

nr. 07/12380 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 24 november 2006, nummer 22/002066-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van feit 3 - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend ten aanzien van de beslissingen ter zake van het onder 5 onder A en B tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het onder 4 sub I bewezenverklaarde, in het bijzonder het "medeplegen", niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

2.2. Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 12 maart 2003 tot en 9 november 2003, op na te noemen plaatsen, ter zake van de feiten A-I, K, tezamen en in vereniging met een ander (te weten [betrokkene 1]), een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en, behoudens ten aanzien van hetgeen hierna onder J en L is vermeld, een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende hij, verdachte, en, behoudens ten aanzien van hetgeen hierna onder J en L is vermeld, zijn mededader [betrokkene 1] telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

A.

- een pak sigaretten en een diner consumpties op het terras en in de bar in de periode van 9 mei 2003 tot en met 13 mei 2003 te Valkenburg a/d Geul, in het hotel [A], en

B.

- sigaretten en etenswaren en drankjes op 13 mei 2003 en 14 mei 2003 te Berg en Terblijt gemeente Valkenburg a/d Geul, in het hotel-cafe [B] en

C.

- brandstof in de periode van 21 juli 2003 tot en met 8 augustus 2003 te Rekken, bij tankstation/benzinepomp [C], en

D.

- sigaretten/sigaren en etenswaren en drankjes en telefoontikken, in de periode van 30 juli 2003 tot en met 6 augustus 2003 te Rekken, in het cafe/restaurant [D], en

E.

- tabakswaren en brandstof in de periode van 12 maart 2003 tot en met 30 maart 2003 te Vorden, bij tankstation [E] B.V., en

F.

- een kant en klaar maaltijd op 20 maart 2003 te Vorden, bij groentezaak '[F]', en

G.

- bier en jenever in de periode van 1 mei 2003 tot en met 30 mei 2003 te Vorden, bij de slijterij van supermarkt '[G]', en

H.

- koffie en cola light op 14 mei 2003 te Valkenburg a/d Geul, in Hotel-restaurant [H], en

I.

- benzine op 14 mei 2003 te Valkenburg a/d Geul, bij tankstation [I], en

J.

- een slaatje op 30 augustus 2003 te Neede, bij cafetaria [J], en

K.

- jenever en wiskey en bier en cognac en frisdrank in de periode van 25 november 2003 tot en met 29 november 2003 te Groenlo, bij slijterij [K], en

L.

- sigaren in de periode van 11 april 2003 tot en met 15 april 2003 te Nieuwkoop, bij [L]."

2.3. Het onder 4 sub I bewezenverklaarde steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2], dat:

"- hij eigenaar is van tankstation [I] te Houthem;

- een medewerker van het tankstation op 14 mei 2003 heeft gezien dat een vrouw in een Citroën benzine

heeft getankt en hem vervolgens heeft verteld dat zij het bedrag van € 60,04 hiervoor niet kon betalen;

- de vrouw op aandrang van de medewerker haar rijbewijs heeft achtergelaten waarna zij is vertrokken;

- de vrouw niet meer is teruggekeerd om te betalen en haar rijbewijs op te halen."

b. een kopie van een rijbewijs op naam van [betrokkene 1].

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, dat:

"- [betrokkene 1] op 14 mei 2003 tijdens zijn verblijf in [H] te Houthem benzine heeft getankt met hun blauw/grijze Citroën en haar rijbewijs heeft achtergelaten."

d. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1], dat:

"- zij op 14 mei 2003 heeft getankt met de blauw/grijze Citroën in de omgeving van [H] te Houthem;

- zij de benzine niet heeft betaald en haar rijbewijs moest achterlaten van de pompbediende."

2.4. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat de verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader op 14 mei 2003 benzine heeft gekocht bij tankstation [I] te Valkenburg aan de Geul.

2.5. Het middel slaagt.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring onder 5.

3.2. Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte onder 5 sub A en B bewezenverklaard dat hij:

"A.

in de periode van 12 juli 2003 tot en met 12 september 2003, te Rekken, tezamen en in vereniging met een ander te weten ([betrokkene 1]),

met het oogmerk om zich en die ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep(en), [betrokkene 3] heeft bewogen tot de afgifte van de sleutel van de woning aan de [a-straat 1] te Rekken, hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als serieuze en bonafide huurders, die de intentie hadden om voor de door hun verkregen sleutel en het daarmee gepaard gaande recht tot verblijf in de woning aan de [a-straat 1] te Rekken te betalen en die beschikten over de daarvoor benodigde financiële middelen, en

heeft hij, verdachte, een huurcontract, betreffende de woning aan de [a-straat 1] te Rekken ondertekend op 12 juli 2003 zonder de intentie te hebben deze na te leven, waardoor [betrokkene 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, en

B.

in de periode van 4 juli 2003 tot en met 14 juli 2003, te Hengevelde, tezamen en in vereniging met een ander (te weten [betrokkene 1]), met het oogmerk om zich en die ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep [betrokkene 4] heeft bewogen tot de afgifte van de sleutel van de woning aan de [b-straat 1] te Hengevelde, hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als serieuze en bonafide huurders, die de intentie hadden om voor de door hun verkregen sleutel en het daarmee gepaard gaande recht tot verblijf in de woning aan de [b-straat 1] te Hengevelde te betalen en die beschikten over de daarvoor benodigde financiële middelen, en heeft zijn mededader een huurcontract betreffende de woning aan de [b-straat 1] te Hengevelde ondertekend op 7 juli 2003 zonder de intentie te hebben deze na te leven, waardoor [betrokkene 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

3.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3], dat:

"- hij de eigenaar is van de woning aan de [a-straat 1] te Rekken;

- deze woning leeg stond en hij deze wilde verhuren;

- hij door [verdachte] is benaderd omdat die interesse had in de woning;

- [verdachte] en [betrokkene 1] begin juli 2003 langskwamen om de woning te bekijken;

- [verdachte] en [betrokkene 1] de woning mooi vonden en de huurprijs van € 650,- per maand geen probleem vonden;

- zij afspraken dat [betrokkene 1] en [verdachte] op 12 juli 2003 een halve maand huur en € 500,- als borgsom zouden

betalen en meteen de woning zouden betrekken;

- zij op 12 juli 2003 een huurcontract zouden ondertekenen;

- [betrokkene 1] op 12 juli 2003 belde dat zij verlaat waren voor de afspraak wegens autopech, maar om 16:00 uur die middag kwamen;

- [verdachte] en [betrokkene 1] zeiden dat zij de afgesproken borg en halve maandhuur niet konden voldoen vanwege de kosten die de autopech met zich mee had gebracht;

- hij later die week is langsgegaan aan de [a-straat 1] voor de borgsom en de huur, nadat ze op de afgesproken dag weer niet waren gekomen om te betalen;

- [verdachte] en [betrokkene 1] ook toen geen geld hadden;

- [verdachte] en [betrokkene 1] diverse keren vertelden dat zij hele goede huurders wilden zijn;

- hij een week later weer is langsgegaan en [verdachte] en [betrokkene 1] toen vertelden dat zij nog steeds problemen hadden met de bank en dat zij geld wilden lenen van hun ouders, maar dat die op vakantie waren;

- [verdachte] en [betrokkene 1] hem hadden toegezegd de meterstanden aan de Nuon door te geven per 12 juli 2003, maar hem een week later bleek dat dit niet was gebeurd;

- hij wederom is langsgegaan om te vragen waar de huur en de borgsom bleven en waarom zij zich niet bij de Nuon hadden gemeld;

- [betrokkene 1] toen vertelde dat haar tas met al haar geld, paspoorten en betaalpassen was gestolen en zij niet over geld beschikten;

- [verdachte] diverse malen heeft aangegeven dat het allemaal goed zou komen;

- [verdachte] en [betrokkene 1] niet betaald hebben."

b. een huurovereenkomst, waaruit volgt dat:

"- partijen bij deze overeenkomst zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 5] enerzijds en [verdachte] en [betrokkene 1] anderzijds;

- de overeenkomst betreft de huur van de woning aan de [a-straat 1] te Rekken;

- partijen overeengekomen zijn dat de overeenkomst ingaat op 12 juli 2003 en wordt aangegaan voor de duur van 11 maanden;

- de borgsom is € 500,-;

- de overeenkomst ondertekend is."

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, dat:

"- hij op 25 september 2003 nog woonde op de [a-straat 1] te Rekken;

- dat hij de huurovereenkomst met [betrokkene 3] ondertekend heeft;

- hij de huur en borgsom niet heeft betaald."

d. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1], dat:

"- zij op 25 september 2003 nog woonde op de [a-straat 1] te Rekken was;

- dat [verdachte] en zijzelf de huur aan [betrokkene 3] niet hebben betaald."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 4], dat:

"- hij de eigenaar is van een woning, gelegen aan de [b-straat 1] te Hengevelde;

- hij op 4 juli 2003 werd benaderd door [verdachte], die aangaf de woning voor 10 dagen te willen huren;

- zij afspraken dat de huurperiode op 4 juli 2003 in zou gaan en zou eindigen op 14 juli 2003;

- [verdachte] met zijn vrouw de woning op 4 juli 2003 heeft betrokken;

- [verdachte] het huurbedrag aanvankelijk op 5 juli 2003 zou voldoen;

- [verdachte] het huurbedrag op 5 juli 2003 niet heeft voldaan, omdat hij zei zijn bankpasjes kwijt te zijn;

- [verdachte] vervolgens op 9 juli 2003 het huurbedrag zou voldoen, maar op die dag ook niet heeft betaald;

- [verdachte] 5 augustus 2003 telefonisch meldde 8 augustus te komen betalen;

- [verdachte] en [betrokkene 1] het huurbedrag niet betaald hebben."

f. een reserveringsformulier, waaruit volgt dat:

"- het een reserveringsformulier betreft van [M];

- het appartement van 4 juli tot en met 14 juli 2003 werd verhuurd aan [verdachte];

- de totale huurprijs € 606,- bedroeg;

- het formulier d.d. 7 juli 2003 ondertekend is."

g. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, dat:

"- hij in juli 2003 contact heeft gezocht met [betrokkene 4] voor de huur van een woning;

- hij met [betrokkene 1] is gaan kijken diezelfde dag en zij meteen zijn gebleven;

- hij de huur voor de woning niet betaald heeft;

- hij abrupt uit Hengevelde is vertrokken."

h. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1], dat:

"- [verdachte] en zijzelf vanaf 4 juli 2003 in een woning van [betrokkene 4] te Hengevelde zijn verbleven;

- zij de huur aan [betrokkene 4] niet hebben betaald."

3.4. Het Hof heeft voorts nog het volgende overwogen:

"In navolging van de rechtbank heeft het hof bewezenverklaard dat de verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 3] en [betrokkene 4] hebben bewogen tot afgifte van de sleutel tot hun respectievelijke woning. Uit verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] noch uit de verklaringen van verdachte en zijn mededader is dit echter uitdrukkelijk gebleken. Met de rechtbank gaat het hof er vanuit dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] de sleutel van de verhuurde woning hebben afgegeven aan de verdachte en zijn medeverdachte, aangezien de verdachte en zijn medeverdachte deze woningen blijkens de bewijsmiddelen hebben gebruikt."

3.5. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat het enkele huren van een woning en het vervolgens in gebreke blijven de huurpenningen te voldoen op zichzelf - ook indien de huurder al voorzag niet aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen - niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep als bedoeld in art. 326 (oud) Sr (vgl. HR 13 november 2001, LJN AD4320, NJ 2002/262), op welke bepaling de tenlastelegging en de bewezenverklaring zijn toegesneden.

3.6. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte en zijn medeverdachte huurcontracten voor woningen hebben afgesloten en ondertekend en vervolgens de verschuldigde huurpenningen en borgsom niet hebben betaald. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan evenwel niet volgen dat de verdachte en zijn medeverdachte daarbij een valse hoedanigheid hebben aangenomen noch dat zij een of meer listige kunstgrepen hebben gebruikt. Nu het Hof ten aanzien daarvan niets nader heeft overwogen en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 3.5 is vooropgesteld, is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd.

3.7. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 tenlastegelegde en van het onder 5 sub A en B tenlastegelegde, de beslissingen ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen die zich ter zake van die feiten hebben gevoegd en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 november 2010.