Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BM3917

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-06-2010
Datum publicatie
25-06-2010
Zaaknummer
08/05305
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BM3917
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatie. Niet-ontvankelijkheid principaal cassatieberoep van in appel niet-verschenen geïntimeerde ingevolge art. 401b Rv.; ingevolge art. 401c lid 2 Rv. staat voor hem slechts tegen het arrest op het verzet cassatieberoep open; oorspronkelijke appellant kan, overeenkomstig hetgeen is bepaald in art. 401c lid 2 Rv., in cassatie opkomen tegen beslissingen in het arrest bij verstek die door het verzet niet zijn getroffen. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 401b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 401c
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/809
NJ 2010/374
JWB 2010/259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 juni 2010

Eerste Kamer

08/05305

DV/SV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. F.M. Ruitenbeek-Bart,

t e g e n

GEMEENTE SITTARD-GELEEN,

zetelende te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het tussenvonnis in de zaak 6432/94 van de arrondissementsrechtbank te Maastricht van 5 juni 1997;

b. het arrest in de zaak C9700957/MA van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 maart 2000;

c. het eindvonnis in de zaak 11211/1994 van de rechtbank te Maastricht van 28 februari 2002;

d. het bij verstek gewezen arrest in de zaak C0200603/MA van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 november 2006;

e. het in het verzet gewezen tussenarrest in de zaak C0700063/MA van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 augustus 2007;

f. het in het verzet gewezen tussenarrest in de zaak HD 103.004.525 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 februari 2008;

g. het in het verzet gewezen eindarrest in de zaak HD 103.004.525 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 september 2008.

De arresten van het hof van 14 november 2006 en 23 september 2008 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 14 november 2006 en 23 september 2008 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van het cassatieberoep voor zover gericht tegen het arrest van 14 november 2006 en tot verwerping van het cassatieberoep voor zover gericht tegen het arrest van 23 september 2008.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 21 mei 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep van [eiseres] is mede ingesteld tegen het door het hof tegen haar als geïntimeerde bij verstek gewezen arrest van 14 november 2006. Inzoverre dient [eiseres] niet-ontvankelijk te worden verklaard. Niet alleen kan de in appel niet-verschenen geïntimeerde ingevolge art. 401b Rv. geen principaal cassatieberoep instellen tegen een arrest bij verstek, maar slechts incidenteel beroep in het geval dat wordt genoemd in het tweede lid van dat artikel. Maar bovendien staat in een geval als het onderhavige, waarin de niet-verschenen geïntimeerde verzet heeft ingesteld tegen het arrest bij verstek, ingevolge art. 401c lid 2 Rv. voor hem slechts tegen het arrest op het verzet cassatieberoep open.

Beslissingen in het verstekarrest die voor de niet-verschenen geïntimeerde nadelig zijn, kunnen door hem - behoudens de hiervóór genoemde uitzondering van art. 401b lid 2 Rv. - slechts in een door hem ingesteld verzet worden bestreden. Bij gebreke van zodanige bestrijding in verzet kan hij in cassatie over dergelijke beslissingen niet klagen. Is een zodanige beslissing in oppositie bestreden maar door het hof gehandhaafd en - al of niet uitdrukkelijk - (mede) ten grondslag gelegd aan het arrest op het verzet, dan kan over die beslissing slechts in het kader van een cassatieberoep tegen dat arrest worden geklaagd.

Overigens geldt voor de oorspronkelijke appellant dat hij, overeenkomstig hetgeen is bepaald in art. 401c lid 2 Rv., in cassatie kan opkomen tegen beslissingen in het arrest bij verstek die door het verzet niet zijn getroffen.

4. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 november 2006;

verwerpt het beroep voor het overige;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 936,44 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 juni 2010.