Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BM3276

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-05-2010
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
08/03617
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9134, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Forfaitaire fosfaatheffing. Meststoffenwet. ‘s Hofs oordeel dat gebaseerd is op de regelgeving ter zake van de bemonstering van vloeibare dierlijke meststoffen is onbegrijpelijk aangezien in het onderhavige geval de regelgeving ter zake van de bemonstering van vaste dierlijke meststoffen van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010, 2226 met annotatie van Borghols
JOM 2010/700
BNB 2010/230
V-N 2010/23.6 met annotatie van Redactie
FutD 2010-1176
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 08/03617

7 mei 2010

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 juli 2008, nr. BK-07/00053, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de forfaitaire fosfaatheffing.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het jaar 1999 een naheffingsaanslag in de forfaitaire fosfaatheffing opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur van de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de Inspecteur) is gehandhaafd.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 05/4648 OVSCHH) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraak van de Inspecteur alsmede de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Minister heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Minister heeft de zaak doen toelichten door mr. A.L. Kruijmer, advocaat te 's-Gravenhage.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Belanghebbende voerde een bedrijf in de zin van artikel 1, lid 1, aanhef en letter j, van de Meststoffenwet (tekst 1999). Belanghebbende heeft in het onderhavige jaar kippenmest aangevoerd. Van mening dat de hoeveelheid aangevoerde meststoffen uitgedrukt in kilogrammen fosfaat de in artikel 38, lid 1, aanhef en letter b, van de Meststoffenwet vrijgestelde hoeveelheid heeft overtroffen, heeft de Inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de forfaitaire fosfaatheffing opgelegd.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven. Ter motivering van dat oordeel heeft het Hof de gronden die zijn vermeld in de onderdelen 7.1 tot en met 7.4 van de bijlage bij onder meer de conclusie van Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen van 28 december 2007, nr. 42467, LJN BC2816, overgenomen en tot de zijne gemaakt.

3.3. De door het Hof genoemde onderdelen van evenbedoelde bijlage hebben betrekking op de bemonstering van vloeibare dierlijke meststoffen. De stukken van het geding laten echter geen andere conclusie toe dan dat de in het onderhavige geval aangevoerde meststoffen niet vloeibaar maar vast waren. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is, zoals het middel terecht aanvoert, het hiervoor in 3.2 weergegeven oordeel derhalve onbegrijpelijk. Het middel slaagt in zoverre. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling. Verwijzing moet volgen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, en

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.