Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BM0797

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-06-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
08/01743 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BM0797
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beslag ex art. 94 Sv. Maatstaf. In geval van een beklag ex art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

De OvJ heeft te kennen gegeven dat hij voornemens is de onder klager in beslag genomen heftruck en bulldozer op de voet van art. 116.2.b Sv terug te geven aan bedrijf X respectievelijk Y. Nu daaruit volgt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, diende de Rb te onderzoeken of bedrijf X respectievelijk Y redelijkerwijs als rechthebbende(n) ten aanzien van de heftruck respectievelijk de bulldozer moeten worden aangemerkt. De Rb heeft, door te oordelen dat zij niet voldoende aannemelijk acht dat klager een zodanig valide aanspraak op genoemde voorwerpen kan maken dat hij redelijkerwijs als rechthebbende daarvan kan worden aangemerkt, een andere dan de toepasselijke, en dus onjuiste, maatstaf aangelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/795
NJB 2010, 1350
JOW 2011/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 juni 2010

Strafkamer

nr. 08/01743 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 18 maart 2008, nummer 07/894, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift.

2.2.1. Het klaagschrift houdt, voor zover hier van belang, in:

"2. Dat deze voorwerpen door klager niet door een strafbaar feit zijn onttrokken aan enig rechthebbende, terwijl klager van deze voorwerpen géén afstand heeft gedaan;

3. Dat klager in juridische zin is aan te merken als enig eigenaar van de in beslag genomen voorwerpen;

(...)

6. Dat klager terecht in de veronderstelling verkeert dat de onder hem in beslag genomen goederen in juridische zin als zijn eigendom zijn te kwalificeren aangezien klager voormelde voorwerpen te goeder trouw heeft gekocht en daarvoor eveneens een marktconforme prijs heeft betaald en dat klager derhalve degene is die redelijkerwijs en in juridische zin ontegenzeggelijk is te kwalificeren als eigenaar te goeder trouw;

Reden waarom:

Klager Uw College verzoekt de afgifte c.q. teruggave aan een ander dan klager te verbieden, met last tot teruggave c.q. afgifte aan klager;."

2.2.2. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer houdt onder meer het volgende in:

"De raadsman wijst erop dat de bulldozer die onder klager in beslag is genomen, niet de bulldozer betreft waarop de aangifte betrekking heeft. Daarbij heeft de klager de goederen te goeder trouw gekocht voor een bedrag van € 35.000,-. Mogelijk frauduleus handelen van de verkoper kan niet aan klager worden tegengeworpen."

2.2.3. De Rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:

"Het klaagschrift houdt in een beklag tegen de door de officier van justitie in het arrondissement Roermond op 19 november 2007 gedane mededelingen, inhoudende diens voornemen om over te gaan tot teruggave van de onder klager inbeslaggenomen goederen:

- een heftruck Linde E2OP-02, kleur oranje, aan [A] NV;

- een bulldozer Zettler ZL8C/2403, kleur geel aan [B].

De rechtbank verwijst naar de inhoud van het klaagschrift.

(...)

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven dat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet en dat het in beslag genomene kan worden teruggegeven aan de in voormelde mededeling genoemden, aangezien klager met betrekking tot die goederen als handelaar kan worden aangemerkt en dus geen civielrechtelijke bescherming geniet ex artikel 3:86 BW.

Namens klager is gesteld dat klager de betreffende goederen te goeder trouw heeft gekocht.

Uit de stukken en uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen blijkt dat klager is aan te merken als iemand die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelde.

De rechtbank acht derhalve niet voldoende aannemelijk dat klager een zodanig valide aanspraak op voormelde voorwerpen kan maken, dat hij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt."

2.3. In geval van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

2.4. De Officier van Justitie heeft te kennen gegeven dat hij voornemens is de onder de klager in beslag genomen heftruck en bulldozer op de voet van art. 116, tweede lid, onder b, Sv terug te geven aan [A] NV respectievelijk [B]. Nu daaruit volgt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, diende de Rechtbank te onderzoeken of [A] NV respectievelijk [B] redelijkerwijs als rechthebbende(n) ten aanzien van de heftruck respectievelijk de bulldozer moeten worden aangemerkt.

2.5. De Rechtbank heeft, door te oordelen dat zij niet voldoende aannemelijk acht dat de klager een zodanig valide aanspraak op genoemde voorwerpen kan maken dat hij redelijkerwijs als rechthebbende daarvan kan worden aangemerkt, een andere dan de toepasselijke - en dus onjuiste - maatstaf aangelegd.

2.6. Het middel is gegrond.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2010.