Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL8504

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
09/01196
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL8504
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4125, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Verstek; afwijzing in hoger beroep van vordering tot opheffing conservatoir beslag op een woning; miskenning door appelrechter van maatstaf dat in verstekzaken de vordering alleen kan worden afgewezen indien de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt; Hoge Raad doet zelf af door vordering tot opheffing van het beslag alsnog toe te wijzen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 139
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 752
NJ 2010, 334
NJB 2010, 1342
JWB 2010/234
JBPR 2010/54 met annotatie van Mr. G. van Rijssen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juni 2010

Eerste Kamer

09/01196

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. L. Kelkensberg,

t e g e n

A-6 MULTI ONDERHOUD B.V.,

gevestigd te Schiedam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en A-6 Multi Onderhoud.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 234085/KG ZA 07-693 van de voorzieningenrechter te Utrecht van 31 augustus 2007,

b. de arresten in de zaak 104.004.256 van het gerechtshof te Amsterdam van 19 februari 2008 (tussenarrest) en 13 januari 2009 (eindarrest).

Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen A-6 Multi Onderhoud is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat en mr. I.E. Remiert, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 31 maart 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Bij beschikking van 15 september 2004 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht aan A-6 Multi Onderhoud verlof verleend om ter verzekering van verhaal van een door haar gestelde vordering op [eiser] c.s. conservatoir beslag te leggen op de aan [eiser] c.s. in eigendom toebehorende woning gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] (hierna: de woning). De door A-6 Multi Onderhoud gestelde vordering is daarbij begroot op € 20.000,--. Op 22 september 2004 is uit hoofde van dit verlof conservatoir beslag gelegd op de woning.

(ii) A-6 Multi Onderhoud heeft [eiser] c.s. vervolgens in verband met de vordering waarvoor zij conservatoir beslag op de woning had gelegd, gedagvaard voor de rechtbank Utrecht. [Eiser] c.s. hebben zich tegen deze vordering van A-6 Multi Onderhoud verweerd en een eis in reconventie ingesteld.

(iii) Bij eindvonnis van 1 juni 2005 heeft de rechtbank Utrecht in conventie [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan A-6 Multi Onderhoud te betalen een bedrag van € 18.233,02, vermeerderd met de wettelijke rente.

De rechtbank heeft de vordering van [eiser] c.s. in reconventie afgewezen.

(iv) Het vonnis van 1 juni 2005 is niet aan [eiser] c.s. betekend.

(v) In het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Rotterdam is vermeld dat op 11 mei 2005 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon A-6 Multi Onderhoud met ingang van 28 april 2005 is opgehouden te bestaan, met als opgegeven reden dat geen bekende baten meer aanwezig zijn, en dat de onderneming met ingang van diezelfde datum is opgeheven. Op het formulier dat tot deze registratie heeft geleid, heeft [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) als enig aandeelhouder en bestuurder van A-6 Multi Onderhoud ingevuld dat hij de bewaarder is van de boeken en bescheiden van deze vennootschap.

(vi) Bij brief van 22 juni 2007 heeft de raadsman van [eiser] c.s. aan [betrokkene 1] het volgende geschreven:

"(...) A-6 Multi Onderhoud heeft in het verleden conservatoir beslag laten leggen op bovenstaande onroerende zaak, maar A-6 Multi Onderhoud blijkt na het gelegde beslag bij de Kamer van Koophandel te zijn uitgeschreven en opgeheven.

U staat geregistreerd als bewaarder van de boeken en bescheiden. Bovendien blijkt dat U als laatste bestuurder van A-6 Multi Onderhoud BV te boek staat.

De deurwaarder kan niet uit eigener beweging het beslag opheffen. U wordt als de daartoe meest gerede persoon verzocht toestemming te geven voor de opheffing van het beslag.

Gaarne moge ik u verzoeken om binnen 2 weken na heden deze brief voor akkoord te ondertekenen en terug te zenden, waarbij U zich alsdan akkoord verklaard met opheffing van het gelegde conservatoire beslag.

Mocht ik geen akkoordverklaring retour ontvangen, dan rest geen andere keus dan de rechter bij de rechtbank Utrecht te verzoeken het beslag op te heffen. Daarbij zal U dan als bewaarder van de boeken en als laatst bekende bestuurder van A-6 Multi Onderhoud BV worden gedagvaard als weder-partij. (...)."

3.2.1 Bij inleidende dagvaarding hebben [eiser] c.s. zowel [betrokkene 1] als A-6 Multi Onderhoud in kort geding gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd dat het conservatoire beslag op de woning van [eiser] c.s. wordt opgeheven.

De voorzieningenrechter heeft verstek verleend tegen A-6 Multi Onderhoud en [eiser] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering jegens A-6 Multi Onderhoud, aangezien deze vennootschap niet meer bestaat.

De voorzieningenrechter heeft de vordering jegens [betrokkene 1] afgewezen.

3.2.2 [Eiser] c.s. zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen en hebben gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, hun vordering tot opheffing van het conservatoire beslag alsnog zal toewijzen.

Tegen A-6 Multi Onderhoud is ook in hoger beroep verstek verleend.

3.2.3 Aan de vordering jegens A-6 Multi Onderhoud tot opheffing van het beslag hebben [eiser] c.s. ten grondslag gelegd dat hun belangen bij opheffing van het conservatoire beslag op de woning zwaarder wegen dan het belang van A-6 Multi Onderhoud bij het laten voortduren van dat beslag. Zij hebben in dat verband het volgende, zakelijk weergegeven, aangevoerd. A-6 Multi Onderhoud is ontbonden, omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren, en de vennootschap is op 11 mei 2005 uitgeschreven uit het Handelsregister, terwijl A-6 Multi Onderhoud ermee bekend was dat zij een vordering had op [eiser] c.s., welke vordering inmiddels bij het vonnis van de rechtbank Utrecht van 1 juni 2005 is toegewezen. Dat vonnis is nooit aan [eiser] c.s. betekend en het is in hoge mate onaannemelijk dat dit vonnis geëxecuteerd zal worden, waardoor het laten voortduren van het beslag jegens hen onrechtmatig is. Voor de tenuitvoerlegging van het vonnis is heropening van de vereffening van de ontbonden vennootschap vereist, maar [betrokkene 1] heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de vereffening niet op zijn initiatief zal worden heropend. Waar tegen A-6 Multi Onderhoud verstek is verleend en deze geen verweer heeft gevoerd, dient de vordering van [eiser] c.s. te worden toegewezen.

3.2.4 Bij het bestreden eindarrest heeft het hof het vonnis vernietigd. Het hof heeft [eiser] c.s. in hun vordering tegen [betrokkene 1] niet-ontvankelijk verklaard, [eiser] c.s. ontvankelijk verklaard in hun vordering tegen A-6 Multi Onderhoud en die vordering afgewezen.

3.2.5 Het hof heeft, na met het oog op de ontvankelijkheid van [eiser] c.s. in hun vordering te hebben overwogen (in rov. 3.2) dat niet kan worden geoordeeld dat A-6 Multi Onderhoud op 28 april 2005 geen baten meer had en was opgehouden te bestaan, de afwijzing van de vordering gegrond op de volgende overweging (rov. 3.3):

"Op grond van het bepaalde in artikel 705, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient het conservatoir beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Zoals hiervoor reeds is overwogen, staat de vordering van A-6 Multi Onderhoud tussen de partijen vast. De opheffing van het voor die vordering gelegde conservatoir beslag ligt daarom niet voor de hand, ook niet in de onderhavige situatie waarin A-6 Multi Onderhoud nog niet is overgegaan tot betekening van het vonnis waarin de vordering is vastgesteld. Daarbij heeft het hof meegewogen dat niet is gebleken dat [eiser] c.s. de bedragen waartoe zij bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 1 juni 2005 zijn veroordeeld aan - de nog steeds bestaande vennootschap - A-6 Multi Onderhoud hebben betaald of reële pogingen tot betaling daarvan hebben ondernomen."

3.3.1 Onderdeel 2a klaagt dat het hof in rov. 3.3 heeft miskend dat het de vordering van [eiser] c.s. tot opheffing van het beslag slechts summierlijk op rechtmatigheid en deugdelijkheid kon toetsen, nu tegen A-6 Multi Onderhoud zowel in eerste aanleg als in hoger beroep verstek is verleend (art. 139 in verbinding met art. 353 Rv.), zodat het hof ten onrechte een meer inhoudelijke beoordeling van de vordering van [eiser] c.s. jegens A-6 Multi Onderhoud heeft verricht, waarbij het ook nog stellingen en weren van de andere, wel verschenen, geïntimeerde ([betrokkene 1]) heeft betrokken. Onderdeel 2b klaagt dat, indien het hof zulks niet heeft miskend, het oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van [eiser] c.s.

De onderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.3.2 De onderdelen treffen doel. Op de voet van het in hoger beroep van overeenkomstige toepassing zijnde art. 139 Rv. diende het hof de vordering van [eiser] c.s. jegens A-6 Multi Onderhoud, tegen wie in eerste aanleg en in hoger beroep verstek was verleend, toe te wijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkwam.

Het hof, dat niet heeft beslist dat de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt, maar alleen dat opheffing "niet voor de hand ligt", heeft aldus de vereiste maatstaf miskend. Gelet op de, onbestreden gebleven, gemotiveerde stellingen van [eiser] c.s. dat zij een zwaarder wegend belang hebben bij opheffing van het beslag dan A-6 Multi Onderhoud bij handhaving daarvan en dat het in hoge mate onaannemelijk is dat het, niet aan hen betekende, vonnis van 1 juni 2005 geëxecuteerd zal worden, waardoor het laten voortduren van het beslag jegens hen onrechtmatig is, had het hof de vordering tot opheffing van het onderhavige - naar zijn aard met het oog op latere executie gelegde - conservatoire beslag dienen toe te wijzen. De door het hof bij zijn afwijzing van de vordering betrokken omstandigheden dat de vordering waarvoor beslag is gelegd vaststaat, dat de vennootschap nog bestaat en dat [eiser] c.s. aan de veroordeling niet hebben voldaan, maken dat niet anders. Die omstandigheden brengen immers niet mee dat de vordering tot opheffing van het beslag onrechtmatig of ongegrond is.

3.3.3 De klachten van onderdeel 1 behoeven geen behandeling meer.

3.3.4 De Hoge Raad zal doen wat het hof had behoren te doen en de gevorderde opheffing alsnog toewijzen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 13 januari 2009, voor zover gewezen tussen [eiser] c.s. en A-6 Multi Onderhoud;

vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht van 31 augustus 2007, voor zover gewezen tussen [eiser] c.s. en A-6 Multi Onderhoud, behoudens voor zover daarin verstek is verleend tegen A-6 Multi Onderhoud;

heft op het ten laste van [eiser] c.s. gelegde conservatoire beslag op het registergoed, staande en gelegen te [plaats], aan de [a-straat 1], kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie [A], nummer [001];

veroordeelt A-6 Multi Onderhoud in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] c.s. begroot:

- in eerste aanleg op € 1.970,55;

- in hoger beroep op € 1.281,55;

- in cassatie op € 483,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op

11 juni 2010.