Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL7694

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
08/03636
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL7694
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid in h.b. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR3700 m.b.t. de responsieplicht van de rechter bij een duidelijk en gemotiveerd verweer aangaande verontschuldigbare termijnoverschrijding. Hetgeen door verdachte is aangevoerd kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een zodanig verweer waarop het Hof heeft verzuimd te responderen. De HR merkt daarbij nog op dat het Hof bij de beoordeling van het verweer had behoren te betrekken dat verdachte in e.a. niet door een rm werd bijgestaan en voorts dat de wet er niet in voorziet dat een verdachte die t.o.v. de Pr verklaart dat hij het rechtsmiddel wenst aan te wenden, door die rechter wordt ingelicht omtrent de formaliteiten die daartoe moeten worden vervuld.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 381
Wetboek van Strafvordering 408
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2010/585 met annotatie van Y. Buruma
RvdW 2010/1222
NJB 2010, 2007
NBSTRAF 2010/347
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 oktober 2010

Strafkamer

nr. 08/03636

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2008, nummer 20/000276-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.

2.2. De stukken van het geding houden het volgende in:

(i) op 22 mei 2007 is de inleidende dagvaarding om op 3 juli 2007 ter terechtzitting van de Politierechter terecht te staan aan de verdachte in persoon uitgereikt;

(ii) op 3 juli 2007 is de verdachte op de terechtzitting van de Politierechter verschenen;

(iii) de Politierechter heeft op die terechtzitting het onderzoek gesloten, terstond mondeling vonnis gewezen en de verdachte veroordeeld ter zake van - kort gezegd - hennepteelt;

(iv) op 24 januari 2008 is door de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis.

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof houdt het volgende in:

"Op vragen van de voorzitter verklaart de verdachte als volgt.

U houdt mij voor dat ik door de politierechter ben veroordeeld op 3 juli 2007. Ik was daar toen aanwezig. U houdt mij voor dat ik op 24 januari 2008 hoger beroep heb ingesteld. Dat zou kunnen. Ik stond gelijktijdig met anderen terecht en de politierechter ging alle verdachten af met de vraag of zij afstand deden van hun recht op het instellen van hoger beroep. Ik heb gezegd dat ik in hoger beroep ging. Ik dacht dat dit toereikend was. Later heb ik contact opgenomen met mijn raadsman. Toen bleek dat het voorgaande onvoldoende was. Vervolgens heb ik alsnog hoger beroep ingesteld."

2.4. Het bestreden arrest houdt het volgende in:

"Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Volgens artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering moet in een geval als het onderhavige, waarin verdachte is verschenen op de terechtzitting in eerste aanleg, het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van de eerste rechter. Op 3 juli 2007 heeft de eerste rechter einduitspraak gedaan.

Nu het hoger beroep na het verstrijken van die termijn, namelijk eerst op 24 januari 2008, is ingesteld, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep."

2.5. Indien duidelijk en gemotiveerd het verweer is gevoerd dat een termijn voor het instellen van een rechtsmiddel verontschuldigbaar is overschreden, is de rechter verplicht bij verwerping daarvan die beslissing uitdrukkelijk en met redenen omkleed te nemen (vgl. HR 22 mei 2005, LJN AR3700).

2.6. Hetgeen door de verdachte is aangevoerd kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een zodanig verweer. Het Hof heeft dat verweer verworpen, maar het heeft nagelaten in dit opzicht een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te geven. Voor zover het middel daarover klaagt, is het gegrond.

Opmerking verdient nog het volgende. Bij de beoordeling van het onderhavige verweer had het Hof behoren te betrekken dat de verdachte in eerste aanleg niet door een raadsman werd bijgestaan en voorts dat de wet er niet in voorziet dat een verdachte die, nadat hem op de voet van art. 381 Sv de gelegenheid is geboden om afstand te doen van het openstaande rechtsmiddel, ten overstaan van de politierechter verklaart dat hij het rechtsmiddel wenst aan te wenden, door die rechter wordt ingelicht omtrent de formaliteiten die daartoe moeten worden vervuld.

2.7. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 12 oktober 2010.