Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL5643

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
20-04-2010
Zaaknummer
08/03863
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL5643
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Oplegging OBM. Het Hof heeft, gelet op art. 60 Sr, ten onrechte de bijkomende straf OBM voor meer dan één misdrijf opgelegd. Voorts kan, gelet op de artt. 179 en 179a WVW, die bevoegdheid niet worden ontzegd voor twee van de bewezenverklaarde feiten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 28
Wetboek van Strafrecht 60
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 179
Wegenverkeerswet 1994 179a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 601
NJB 2010, 1032
Jwr 2010/59
NBSTRAF 2010/184
NbSr 2010/184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 april 2010

Strafkamer

nr. 08/03863

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 15 april 2008, nummer 21/000591-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de ontzegging van de rijbevoegdheid, tot ontzegging van het besturen van motorrijtuigen voor de duur van twaalf maanden ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt over de door het Hof opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"1. hij op 28 februari 2005 te Tiel, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat;

2. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, [betrokkene 1] (agent van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [betrokkene 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd dat hij hem dood zou maken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [betrokkene 1] (agent van politie) en [betrokkene 2] (agent van politie), gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten in politiedienst aldaar zijnde, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "klootzakken";

4. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, toen aldaar de in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren [betrokkene 2] (agent van politie) en/of [betrokkene 1] (agent van politie) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte over te brengen naar bureau van politie te Tiel, zich met geweld tegen genoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden."

2.3. Het Hof heeft de verdachte ter zake van deze feiten de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden ontzegd.

2.4. Art. 60 Sr, dat - behoudens het daarin te dezen niet ter zake doende onder 3º bepaalde - slechts van toepassing is op de ontzegging van de rechten vermeld in art. 28 Sr, noch enige andere wettelijke bepaling voorziet in de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor meer dan één misdrijf. Voorts kan, gelet op de art. 179 en 179a WVW, die bevoegdheid niet worden ontzegd voor feiten als onder 3 en 4 bewezenverklaard.

2.5. Het middel klaagt terecht dat het Hof het een en het ander heeft miskend.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen;

ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden, zijnde deze bijkomende straf gepast, gezien de aard van het feit;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 20 april 2010.