Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL1947

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
09/00674
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2009:BH0514, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 22 Wet WOZ. Beschikking hoeft toestandsdatum niet te vermelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/318 met annotatie van J.P. Kruimel
BNB 2010/105
FED 2010/28 met annotatie van G. GROENEWEGEN
V-N 2010/8.23 met annotatie van Redactie
FutD 2010-0307
NTFR 2010/565 met annotatie van Mr. M.P. van der Burg
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 09/00674

5 februari 2010

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 14 januari 2009, nr. 06/00255, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ).

1. Het geding in feitelijke instanties

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1a te Z voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld onder vermelding van de waardepeildatum 1 januari 2003.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Epe bij uitspraak de beschikking gehandhaafd.

De Rechtbank te Zutphen (nr. 05/1737 WOZ) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde verminderd.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de klachten

3.1.1. Bij de beoordeling van de klachten moet worden vooropgesteld dat een beschikking als de onderhavige, waarmee de waarde van een onroerende zaak wordt vastgesteld op de voet van artikel 22 Wet WOZ, niet behoeft te vermelden naar welke datum de staat van de zaak is bepaald (de toestandsdatum). Wel moet een dergelijke beschikking de waardepeildatum vermelden. Die vermelding betekent echter niet dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de beschikking in bezwaar en beroep steeds moet worden uitgegaan van de toestand van de onroerende zaak op die datum. Op grond van het voor het onderhavige jaar geldende artikel 19, lid 1, Wet WOZ moet de waarde bij een beschikking als bedoeld in artikel 22 Wet WOZ immers onder omstandigheden worden vastgesteld naar de staat van de onroerende zaak op een ander tijdstip dan de waardepeildatum, te weten het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.

3.1.2. Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting falen zij.

3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2010.