Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL0012

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
09/05023
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL0012
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

BOPZ. Na voorwaardelijke machtiging alsnog opneming in psychiatrisch ziekenhuis (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 337
JWB 2010/75
BJ 2010/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 februari 2010

Eerste Kamer

09/05023

EE/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van van 6 augustus 2009 ten aanzien van betrokkene een voorwaardelijke machtiging verleend voor de duur van zes maanden, onder de voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling stelt.

De geneesheer-directeur van het psychiatrische ziekenhuis als bedoeld in art. 14a lid 5 BOPZ heeft bij beslissing van 11 september 2009 op de voet van art. 14d BOPZ beslist betrokkene te laten opnemen in dat psychiatrisch ziekenhuis.

De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam heeft, op verzoek van betrokkene en onder overlegging van de genoemde beslissing van de geneesheer-directeur, op 22 september 2009 de rechtbank verzocht te beslissen omtrent de beslissing van de geneesheer-directeur.

Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar raadsvrouwe, alsmede de psychiater op 6 oktober 2009 had gehoord, heeft zij bij tussenbeschikking van diezelfde datum de officier van justitie verzocht een verslag van een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek over te leggen.

De officier van justitie heeft bij brief van 13 oktober 2009 een schrijven van de (waarnemend) geneesheer-directeur van 8 oktober 2009 overgelegd. De raadsvrouwe van betrokkene heeft bij brief van 20 oktober 2009 zich daarover schriftelijk over uitgelaten.

Bij eindbeschikking van 22 oktober 2009 heeft de rechtbank de beslissing van de geneesheer-directeur van 11 september 2009 tot opname van betrokkene gehandhaafd.

De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide beschikkingen van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 februari 2010.