Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BL0009

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-03-2010
Datum publicatie
12-03-2010
Zaaknummer
09/00670
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL0009
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht; zelfstandig verzoek tot wijziging kinderalimentatie kan niet voor het eerst in hoger beroep worden gedaan (vgl. HR 16 april 2004, nr. R03/072, LJN AO3172, NJ 2004, 639).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2010, 157
RvdW 2010, 413
RFR 2010, 57
NJB 2010, 660
JWB 2010/103
JPF 2010/78 met annotatie van P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 maart 2010

Eerste Kamer

09/00670

EE/SV

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. G.S.A.J. Koot-Kuis.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 6 juli 2007 ter griffie van de rechtbank Roermond ingekomen verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de - in de door die rechtbank gegeven beschikking van 20 december 2006 - door de man aan de vrouw te betalen vastgestelde bijdrage ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2], de minderjarige kinderen van partijen, (hierna: [de kinderen]) zal wijzigen in die zin dat de bijdrage zal worden bepaald op een bedrag van € 205,-- per kind per maand. Voorts heeft de vrouw verzocht de partneralimentatie vast te stellen op € 160,-- per maand.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bij beschikking van 12 september 2007 de beschikking van 20 december 2006 gewijzigd in die zin dat de bijdrage in de verzorging en opvoeding van [de kinderen] met ingang van 6 juli 2007 € 205,-- per kind per maand zal zijn. Voorts heeft de rechtbank de partneralimentatie vastgesteld op € 160,-- per maand.

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De man heeft in hoger beroep verzocht de schorsing van de werking van de uitvoerbaar verklaring van de bestreden beschikking. Voorts heeft de man verzocht te bepalen dat de bijdrage in de verzorging en opvoeding ten behoeve van [de kinderen] op € 150,-- per kind per maand zal worden vastgesteld en de partneralimentatie op nihil.

Bij tussenbeschikking van 6 februari 2008 heeft het hof de schorsing van de tenuitvoerlegging bij voorraad van de bestreden beschikking toegewezen, voorzover dit de bijdrage in de verzorging en opvoeding ten behoeve van Rachèl betreft. Het meer of anders verzochte met betrekking tot de schorsing heeft het hof afgewezen.

Bij eindbeschikking van 18 november 2008 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de verzorging en opvoeding ten behoeve van [de kinderen] vastgesteld op € 150,-- per kind per maand voor de periode van 6 juli 2007 tot 16 oktober 2007 en nihil met ingang van 16 oktober 2007. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.

De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft haar beroep bij aanvullend verzoekschrift aangevuld. Het cassatierekest en aanvullend rekest zijn aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) De vrouw en de man zijn op 25 oktober 1989 met elkaar gehuwd.

(ii) Uit hun huwelijk zijn drie kinderen geboren, van wie thans nog twee minderjarig zijn, te weten

- [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] en

- [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats].

(iii) In het echtscheidingsconvenant van 24 november 2006 is overeengekomen dat de man, hoewel hij geen draagkracht heeft tot betaling van partner- en kinderalimentatie, desondanks de in dat convenant vermelde bijdragen ten behoeve van de minderjarige kinderen zal voldoen.

(iv) Bij beschikking van 20 december 2006 heeft de rechtbank Roermond tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 29 december 2006 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

In deze beschikking is aan de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen opgelegd van € 150,-- per maand per kind met ingang van inschrijving van die beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Er is geen door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw vastgesteld.

3.2 De rechtbank heeft op verzoek van de vrouw, met wijziging van de beschikking van 20 december 2006 in zoverre, de door de man te betalen onderhoudsbijdrage met ingang van 6 juli 2007 als volgt nader vastgesteld:

- voor de minderjarige kinderen op € 205,-- per maand per kind, en

- voor de vrouw op € 160,-- per maand.

Van deze beschikking is de man in hoger beroep gekomen. Hij heeft daarin onder meer verzocht om met ingang van 6 juli 2007 de alimentatie voor de kinderen tot 16 oktober 2007 op € 150,-- per maand per kind te stellen.

Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd en de door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de minderjarige kinderen nader vastgesteld op € 150,-- per maand per kind gedurende de periode van 6 juli 2007 tot 16 oktober 2007, en op nihil met ingang van 16 oktober 2007.

3.3 Onderdeel 1 van het middel klaagt dat het hof heeft miskend dat het verzoek van de man in hoger beroep om de kinderalimentatie vanaf 16 oktober 2007 op nihil te stellen dient te worden aangemerkt als een zelfstandig verzoek en dat de man, die in eerste aanleg niet was verschenen, een dergelijk verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kon doen. Deze klacht slaagt (vgl. HR 16 april 2004, nr. R03/072, LJN AO3172, NJ 2004, 639). Anders dan de man heeft aangevoerd, doet de devolutieve werking van het appel hieraan niet af.

3.4 Onderdeel 2 keert zich met een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof in rov. 4.13 dat, kort samengevat, de stelling van de vrouw dat de man zwarte inkomsten heeft, waarmee rekening moet worden gehouden bij de bepaling van zijn draagkracht, onvoldoende is onderbouwd tegenover de betwisting daarvan door de man.

Het onderdeel faalt. Het oordeel van het hof is feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Voor een verdergaande toetsing daarvan is in cassatie geen plaats.

3.5 Voor zover het onderdeel mede ertoe strekt dat het hof ten onrechte niet de man heeft belast met de stelplicht dat hij geen zwarte inkomsten heeft, faalt het omdat het hof klaarblijkelijk en terecht van oordeel was dat op de man niet een daartoe strekkende stelplicht rustte.

3.6 Het slagen van onderdeel 1 betekent dat het hof ten onrechte de door de man verschuldigde kinderalimentatie van € 150,-- per kind per maand, met wijziging in zoverre van de echtscheidingsbeschikking van 20 december 2006, heeft beperkt tot de periode van 6 juli 2007 tot 16 oktober 2007 en die bijdrage met ingang van laatstgenoemde datum op nihil heeft gesteld. De Hoge Raad zal daarom zelf de zaak afdoen op na te melden wijze.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 november 2008 doch slechts voor zover het hof daarin, met wijziging in zoverre van de echtscheidingsbeschikking van 20 december 2006, de onderhoudsbijdrage van de man ten behoeve van de twee kinderen van partijen van € 150,-- per kind per maand heeft beperkt tot de periode van 6 juli 2007 tot 16 oktober 2007 en met ingang van laatstgenoemde datum heeft bepaald op nihil.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 maart 2010.