Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK9729

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
08/04436
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK9729
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/826
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 juni 2010

Strafkamer

Nr. 08/04436

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 1 oktober 2008, nummer 21/001079-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.J. Tieman, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof de Officier van Justitie ten onrechte ontvankelijk heeft geoordeeld in zijn hoger beroep.

2.2. De verdachte is bij vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Utrecht van 13 februari 2008 vrijgesproken van de hem tenlastegelegde overtreding van de APV Utrecht.

2.3. Een zich bij de stukken bevindende ondertekende akte rechtsmiddel houdt in dat de Officier van Justitie op 18 februari 2008 ter griffie van de Rechtbank verklaarde "Cassatie in te stellen tegen het vonnis d.d. 13 februari 2008".

2.4. De bestreden uitspraak houdt onder meer in:

"Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De kantonrechter heeft op 13 februari 2008 vonnis gewezen in de onderhavige zaak. Gelet op artikel 404, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering stond tegen dit vonnis hoger beroep open voor de officier van justitie. Bij de aan het hof toegezonden stukken bevindt zich een door de officier van justitie ondertekende 'akte rechtsmiddel'. Blijkens deze akte heeft de officier van justitie op 18 februari 2008 verklaard cassatie in te stellen tegen het vonnis van 13 februari 2008. De officier van justitie heeft derhalve niet het juiste rechtsmiddel ingesteld. Degene die een rechtsmiddel instelt, moet in het algemeen geacht worden het juiste rechtsmiddel te hebben willen aanwenden. In geval dat de verdachte of de raadsman niet het juiste rechtsmiddel heeft aangewend, wordt in beginsel conversie toegepast: het door de raadsman of de verdachte aangewende onjuiste rechtsmiddel wordt verstaan als het juiste, openstaande rechtsmiddel. Volgens uit de jaren negentig daterende jurisprudentie van de Hoge Raad wordt conversie evenwel niet toegepast wanneer de officier van justitie het onjuiste rechtsmiddel heeft aangewend. De officier van justitie wordt in dat geval niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde beroep. Hoewel het hof bekend is met deze jurisprudentie, ziet het hof geen reden in dezen onderscheid te maken tussen de raadsman en de officier van justitie. Daarbij heeft het hof ook het gegeven betrokken dat voor niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in het algemeen steeds minder ruimte is. Het hof verstaat derhalve dat de officier van justitie hoger beroep heeft willen instellen en zal de officier van justitie daarin ontvankelijk verklaren."

2.5. Art. 404, tweede lid, Sv luidt:

"Tegen de vonnissen betreffende overtredingen, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken, tenzij terzake in de einduitspraak:

a. met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel werd opgelegd, of

b. geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum - of, wanneer bij het vonnis twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum - van € 50."

2.6. Gelet op de inhoud van de onder 2.3 bedoelde akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de Officier van Justitie een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de Officier van Justitie derhalve ten onrechte in het hoger beroep ontvankelijk geacht.

2.7. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, W.M.E. Thomassen, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 22 juni 2010.