Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK9637

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-03-2010
Datum publicatie
05-03-2010
Zaaknummer
08/03657
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK9637
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Uitleg van met het oog op voorgenomen echtscheiding gesloten overeenkomst; Haviltexmaatstaf; geen verdiscontering van art. 7:177 BW in de overeenkomst; geen verplichting tot een (notarieel vast te leggen) schenking ter zake des doods. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 389
RFR 2010, 70
JWB 2010/82
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 maart 2010

Eerste Kamer

08/03657

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

De vrouw heeft bij exploot van 16 juni 2003 de man gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en, na wijziging van eis, gevorderd, kort gezegd, de man te veroordelen aan de vrouw te betalen een bedrag van ƒ 17.607,29, met rente en kosten.

De man heeft de vordering bestreden en, voorzover in cassatie van belang, na wijziging van eis in reconventie, gevorderd, kort gezegd, de vrouw te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis onvoorwaardelijk mee te werken aan het verlijden van een notariële akte waarin de aan partijen genoegzaam bekende erkenningsovereenkomst, getekend op 19 oktober 2001, wordt overgenomen, zulks op verbeurte van een dwangsom.

De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 21 juli 2004 en 15 september 2004, bij eindvonnis van 28 februari 2007 de vordering van de vrouw afgewezen.

In reconventie heeft de rechtbank de vrouw veroordeeld mee te werken aan het verlijden van een notariële akte, waarin punt 3 van de erkenningsovereenkomst van 19 oktober 2001 wordt overgenomen, op straffe van een dwangsom. Het meer of anders gevorderde in reconventie heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 8 mei 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank in conventie bekrachtigd en het vonnis van de rechtbank in reconventie vernietigd en de vordering van de man alsnog afgewezen. Het meer of anders gewezen in hoger beroep heeft het hof afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de man heeft bij brief van 29 januari 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.