Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK9035

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
09/00147
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK9035
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geweld i.d.z.v. art. 312 Sr. In aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat verdachte aangeefster aan haar onderarm heeft getrokken om haar voor de uitgang van de winkel weg te trekken, geeft het oordeel van het Hof dat dit handelen geweld a.b.i. art. 312 Sr oplevert, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 407
NJB 2010, 600
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 maart 2010

Strafkamer

nr. 09/00147

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 november 2008, nummer 22/006767-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden, locatie Scheveningen" te 's-Gravenhage.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. van Beest, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het bewezenverklaarde "trekken aan" geen geweld oplevert als bedoeld in art. 312 Sr.

2.2. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

"hij op 1 december 2007 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen dertien verpakkingen, inhoudende zalm, toebehorende aan winkelbedrijf [A], in elk geval aan een ander dan aan verdachte, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld bestond uit het trekken aan die [slachtoffer]."

2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een aangifteformulier winkeldiefstal, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik zag op 1 december 2007 in het winkelbedrijf van [A] te [plaats], dat een persoon de zelfscan kassa passeerde. Bij controle vond ik 13 pakjes zalm. Nadat ik deze persoon had aangesproken met bekendmaking van mijn functie, gaf deze persoon op te zijn:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1964.

Ik verklaar door de [A] te [plaats], gemachtigd te zijn aangifte te doen en verklaar dat aan niemand toestemming is verleend om het goed, welke de onderneming toebehoort, weg te nemen en zich zonder betaling toe te eigenen."

b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Op 1 december 2007 was ik als beveiliger aan het werk in [A] te [plaats]. Ongeveer 1 meter voor de uitgang sprak ik de man aan. Ik zei tegen de man dat hij mee naar boven moest komen. De man zei iets in de trant van dat hij weg zou gaan en dat ik hem niet kon tegenhouden. Ik hoorde dat de man zei dat hij niet mee naar boven zou gaan. Ik zag dat de man aanstalten maakte om de winkel uit te gaan. Ik zag dat de medewerkster [slachtoffer] tussen de man en de uitgang ging staan. Ik zag dat de man aan de arm van [slachtoffer] trok om haar kennelijk weg te krijgen voor de uitgang."

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

"Op 1 december 2007 was ik aan het werk in het filiaal van [A] in [plaats]. Omdat ik vermoedde dat een man iets wilde pikken, heb ik de beveiliger aangesproken. Ik zag dat de beveiliger de man op ongeveer 1 meter voor de uitgang aansprak. Ik ben bij de beveiliger en de man gaan staan. Ik zag dat de man weg wilde lopen naar de uitgang. Ik ben tussen de man en de uitgang gaan staan om te voorkomen dat de man zou vluchten. Ik voelde dat de man aan mijn onderarm trok en dat hij mij probeerde voor de uitgang weg te trekken."

d. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Ik heb op 1 december 2007 in de winkel van [A] te [plaats], dertien pakken zalm weggenomen."

e. een proces-verbaal van de Rechter-Commissaris, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Op 1 december 2007 heb ik in [A] wat getrokken aan een medewerker van [A]."

2.4. Het middel berust blijkens de toelichting op de opvatting dat enkel uit geconstateerd lichamelijk letsel kan worden afgeleid in hoeverre geweld in de zin van art. 312 Sr is gebruikt. Die opvatting is onjuist.

2.5. In aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat de verdachte [slachtoffer] aan haar onderarm heeft getrokken om haar voor de uitgang van de winkel weg te trekken, geeft het oordeel van het Hof dat dit handelen geweld als bedoeld in art. 312 Sr oplevert, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 2 maart 2010.