Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK8094

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
08/01622
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK8094
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antillenzaak. Geschil over (niet van waarde verklaarde) conservatoire beslagen op termijnspaardepositorekeningen (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 333
JWB 2010/70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 februari 2010

Eerste Kamer

08/01622

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

de publiekrechtelijke rechtspersoon POSTSPAARBANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN,

gevestigd te Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Postspaarbank.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 10 februari 2006 gedateerd verzoekschrift hebben [eiser] c.s. zich gewend tot het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, en verzocht een verklaring voor recht dat de Postspaarbank jegens [eiser] c.s. een onrechtmatige daad heeft gepleegd door conservatoir beslag te leggen op de bankrekeningen van [eiser] c.s. bij de Banco di Caribe en/of de Postspaarbank te veroordelen aan [eiser] c.s. een vergoeding van de geleden en nog te lijden schade van die onrechtmatige daad, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De Postspaarbank heeft de vorderingen bestreden.

Het gerecht heeft, na bij tussenvonnis van 18 september 2006 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 4 december 2006 voor recht verklaard dat de Postspaarbank jegens [eiser] c.s. een onrechtmatige daad heeft gepleegd door ten laste van [eiser] c.s. conservatoir derdenbeslag bij de Banco di Caribe te leggen en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis van het gerecht hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof. De Postpaarbank heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij vonnis van 15 januari 2008 heeft het hof het vonnis van het gerecht vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] c.s. alsnog afgewezen.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Postspaarbank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Postspaarbank mede door mr. C.M. Reijnen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Postspaarbank begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 februari 2010.