Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK7690

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-02-2010
Datum publicatie
12-02-2010
Zaaknummer
09/03419
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7690
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Ontbreken van huurovereenkomst met gefailleerde (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 302
JWB 2010/56
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 februari 2010

Eerste Kamer

09/03419

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoekster 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verzoekster 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [Verzoekster 3],

gevestigd te [vestigingsplaats],

4. COLLEGE ZORGVERZEKERINGEN,

gevestigd te Diemen,

5. UWV,

gevestigd te Amsterdam,

6. [Verzoeker 6],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh,

t e g e n

J.G. PRINCEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Horeca Hillegersberg B.V.,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster 1] (verzoekster tot cassatie onder 1), [verzoeker] c.s. en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 18 juli 2006 van de rechtbank Rotterdam is Horeca Hillegersberg B.V. (hierna: de gefailleerde) in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en de curator als zodanig.

Bij brief van 12 juni 2009 heeft mr. Van Broekhuijze zich namens [verzoeker] c.s. gericht tot de rechter-commissaris met het verzoek de curator te bevelen (de rechten uit) de volgens [verzoekster 1] tussen haar en de gefailleerde geldende huurovereenkomst betreffende het door [verzoekster 1] bewoonde appartement over te dragen aan door [verzoeker] c.s. aangewezen derden, te weten de zoon van [verzoekster 1] ([verzoeker 6], verzoeker tot cassatie onder 6) en een consortium van crediteuren.

Nadat de curator zich had uitgelaten over het verzoek heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 30 juni 2009 het verzoek van [verzoeker] c.s. afgewezen.

[Verzoeker] c.s. hebben tegen de beschikking van de rechter-commissaris op de voet van art. 67 F. hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam en verzocht de beschikking van de rechter-commissaris te vernietigen. Voorts verzochten [verzoeker] c.s. daarbij de curator op de voet van art. 73 F. te ontslaan en de rechter-commissaris te vervangen.

De rechtbank heeft bij beschikking van 21 augustus 2009 de beschikking van de rechter-commissaris van 30 juni 2009 vernietigd voorzover deze betrekking had op de ontvankelijkheid van [verzoekster 1] en [verzoeker 6] en hen alsnog niet-ontvankelijk verklaard in hun op art. 69 F. gebaseerde verzoek, en de beschikking van de rechter-commissaris voor het overige bekrachtigd. Voorts heeft de rechtbank [verzoekster 1] en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot ontslag van de curator, het verzoek tot ontslag van de curator afgewezen, [verzoekster 1] en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris afgewezen.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 30 december 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 februari 2010.