Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK7672

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
08/05227
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7672
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval. Heeft het risico waartegen art. 19 RVV bescherming beoogt te bieden zich verwezenlijkt? Omkeringsregel. Causaal verband. (art. 81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 264
VR 2011/113
JWB 2010/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2010

Eerste Kamer

08/05227

EE/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. TURIEN & CO ASSURADEUREN C.V.,

gevestigd te Alkmaar,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. J. Streefkerk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders ieder afzonderlijk als [verweerder 1] en Turien.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 26 juni 2006 [verweerder 1] en Turien gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gevorderd, kort gezegd,

- voor recht te verklaren dat [verweerder 1] en Turien hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade die veroorzaakt is door het hem op 3 oktober 2004 overkomen ongeval,

- [verweerder 1] en Turien hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] te voldoen bij wijze van voorschot een bedrag van € 6.500,--, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie meent dat behoort; en

- [verweerder 1] en Turien hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Verweerder 1] en Turien hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij (tussen)vonnis van 18 april 2007, voorzover in cassatie nog van belang, [verweerder 1] en Turien een bewijsopdracht gegeven zoals overwogen in rov. 8 van het vonnis en bepaald dat hoger beroep van het tussenvonnis mogelijk is.

Tegen voornoemd vonnis van de rechtbank hebben [verweerder 1] en Turien hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Na een tussenarrest van 24 juli 2007 heeft het hof bij tussenarrest van 9 september 2008 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank om te worden afgedaan met inachtneming van zijn arrest.

Het Hof heeft bij beslissing van 28 oktober 2008 bepaald dat tegen het tussenarrest van 9 september 2008 reeds nu beroep in cassatie kan worden ingesteld.

Het tussenarrest van het hof van 9 september 2008 en de beslissing van het hof van 28 oktober 2008 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het tussenarrest van het hof van 9 september 2008 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder 1] en Turien hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] namens zijn advocaten toegelicht door mr. M.S. van der Keur, advocaat bij de Hoge Raad, en voor [verweerder 1] en Turien door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Mr. M.S. van der Keur, voornoemd, heeft bij brief van 17 december 2009 namens [eiser] op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Turien c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.