Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK7085

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-06-2010
Datum publicatie
15-06-2010
Zaaknummer
08/05030
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7085
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2008:BC5671, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzet. Het Hof heeft voorwaardelijk opzet aangenomen op ontoereikende gronden.

Wetsverwijzingen
Opiumwet
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/792
NJ 2010/361
NJB 2010, 1355
NBSTRAF 2010/264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 juni 2010

Strafkamer

nr. 08/05030

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 maart 2008, nummer 22/001497-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Holland Noord, locatie Het Keern" te Hoorn.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Goudswaard en mr. I. van Straalen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

1.2. De raadsman mr. Van Straalen voornoemd heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het vierde middel

2.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van het opzet.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 25 januari 2006 tot en met 4 februari 2006 te Rotterdam en te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."

2.3. De bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv, die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt.

2.4. Het Hof heeft ten aanzien van de bewijsvoering voorts nog het volgende overwogen:

"Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat - kort en zakelijk weergegeven - er aan de zijde van de verdachte in het geheel geen sprake is geweest van opzet op het medeplegen van de invoer van cocaïne, ook niet in voorwaardelijke zin. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte er vanuit is gegaan dat alle handelingen van hem en zijn medeverdachten er slechts op waren gericht om in aanmerking te komen voor het zogenaamde '[...]project' op Curaçao.

Het hof overweegt het volgende.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het overige verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte samen met zijn medeverdachten [betrokkene 1] en de inmiddels overleden [betrokkene 2], actief betrokken is geweest bij het vervoer van een stoomketel van Nederland naar Curaçao en weer terug. De verdachte is - voorafgaand aan dat transport naar Curaçao - tevens betrokken geweest bij het plaatsen van broodjes lood in de stoomketel, met in totaal ongeveer hetzelfde gewicht als de cocaïne, waarmee de stoomketel op de terugweg naar Nederland bleek te zijn gevuld. Voor het verzwaren van de ketel met het lood kan, juist voor de verdachte, die ook naar eigen zeggen de 'technische man' bij de operatie was en in 2005 eerder technische bemoeienis met een stoomketel heeft gehad, geen andere verklaring zijn dan het bewerkstelligen dat het totaalgewicht van de ketel, tijdens het transport vanuit Nederland naar Curaçao en weer terug, gelijk bleef. Dat de verzwaring nodig zou zijn opdat de ketel hetzelfde gewicht zou hebben als op de 'papieren van de ketel' stond vermeld, zoals de verdachte heeft verklaard van [betrokkene 2] te hebben gehoord, is door [betrokkene 2] weersproken en vindt ook overigens geen steun in het dossier. Nu de verdachte direct betrokken is geweest bij het verzwaren van de ketel en er weet van heeft gehad dat de ketel vanaf Curaçao weer naar Nederland zou worden getransporteerd, is het hof van oordeel dat hij hiermee welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard - het is immers een feit van algemene bekendheid dat er vanaf Curaçao veel cocaïne wordt gesmokkeld - dat er verdovende middelen (cocaïne) in de ketel naar Nederland zouden worden vervoerd. Dat het hierbij om een substantiële hoeveelheid zou gaan, moet de verdachte op zijn minst genomen hebben kunnen vermoeden, gelet op de omvang van de ketel, het gewicht van het lood en de enorme - economisch gezien onbegrijpelijke - kosten die met het vervoer ervan heen en terug waren gemoeid. Voor wat betreft de mogelijke deelname aan het [...]project en het verweer van de raadsman dat de handelingen van de verdachte slechts daarop waren gericht, wijst het hof erop dat uit de zich in het dossier bevindende stukken geenszins blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachten mogelijk in aanmerking zouden komen voor deelname aan dit project, juist nu de inschrijvingstermijn reeds gesloten was op het moment dat de ketel op Curaçao arriveerde. Daarom is ook niet aannemelijk geworden, dat de met het vervoer gepaard gaande hoge kosten redelijkerwijs als investering voor de zakelijke toekomst kunnen worden beschouwd. Van alleen verregaande naïviteit aan de zijde van de verdachte, zoals door de verdediging aangevoerd, kan in het licht van voormelde feiten en omstandigheden naar het oordeel van het hof geen sprake zijn. Het hof verwerpt dan ook het verweer en gaat bij de bewezenverklaring uit van de opzettelijke invoer, minstgenomen in voorwaardelijke zin, van cocaïne."

2.5. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 februari 2008 gehechte pleitnota is aldaar namens de verdachte het volgende aangevoerd:

"I. Inleiding

(...)

Cliënt stelt niets, maar dan ook helemaal niets, te hebben geweten van het drugstransport.

(...)

II. Het [...]project

2.1 Zoals u heeft kunnen lezen in de verklaringen van mijn cliënt, en zoals ook hier ter zitting door hem herhaald, wist hij niet beter dan dat de hele opzet van de operatie was om in aanmerking te kunnen komen van het zeer lucratieve [...]project op Curacao.

(...)

2.5 Samenvattend kan geconcludeerd worden dat gedurende een periode van ongeveer 2 jaar er intensief is toegewerkt aan het verkrijgen van het [...]project op Curacao. Een project dat uiteindelijk is toegewezen aan de getuige [getuige 1] die overigens niet alleen heeft verklaard inderdaad met de verdachten over het project te hebben gesproken, maar zelfs nota bene heeft overwogen om a. de ketel van [betrokkene 2] over te nemen en hem zelf voor verder advies te raadplegen en b. de verdachte [betrokkene 1] een baan bij het project aan te bieden; dit alles uiteraard voor zover zij het project niet zelf toegewezen zouden krijgen (p.282 + verklaring rechter-commissaris). Er hebben in die 2 jaar dus vele gesprekken plaatsgevonden met betrekking tot het [...].Zo is er gesproken met zowel Nederlandse bedrijven als bedrijven gevestigd op Curacao, is er gesproken met de organisaties die het teermeer in beheer hebben, is er gesproken met bedrijven over een eventuele samenwerking/overname, is door [betrokkene 2] min of meer personeel in dienst genomen juist met het oog op de verkrijging en uitvoering van het project ([betrokkene 3], [betrokkene 4]), is er gesproken met trustkantoren, met accountants, met de curator van [betrokkene 2] etc.etc.etc. Kortom, er is wel degelijk getracht om in aanmerking te komen voor het [...]project. Het feit dat [A], het bedrijf dat de inschrijving uiteindelijk organiseerde, verdachte niet kent, zegt overigens helemaal niets. [betrokkene 5] van [A] is gehoord en hij heeft weliswaar verklaard dat verdachten geen enkele rol spelen betreffende het project nu zij niet stonden ingeschreven, maar wat [betrokkene 5] dus niet wist, en ook met kon weten, is dat verdachten gesprekken voerden met bijvoorbeeld het bedrijf [B], een bedrijf dat wel degelijk op het project had ingeschreven.

(...)

3. Het vervoer van de ketel naar/van Curacao terwijl het project niet binnengehaald was

(...)

Gevraagd naar de reden waarom de ketel werd vervoerd, antwoord cliënt dat de ketel naar Curacao toe moest ter promotie van het project (p.249). Deze informatie kwam van [betrokkene 2], die cliënt had verteld dat iemand van de regering op Curacao, ene [betrokkene 6], bij die promotie aanwezig zou zijn (p.244). Cliënt had geen idee hoe zo'n promotie er uit zou zien, maar vertrouwde [betrokkene 2] hier blind in. Het klonk cliënt in ieder geval niet vreemd in de oren. Overigens heeft [betrokkene 2] ook zelfverklaard dat er een proef voor [betrokkene 6] zou plaatsvinden (p.330) waarbij de stoomketel als modelexemplaar zou dienen.

(...)

Voor cliënt was het volkomen duidelijk. Hij hoefde alleen maar te zorgen dat de stoomketel klaar was voor de promotie. Met de andere zaken, zoals het regelen van het transport, het betalen voor het transport en overige zaken van organisatorische aard, heeft cliënt eigenlijk totaal geen bemoeienis gehad. Cliënt was alleen maar de technische man. Dit verklaart hij niet alleen zelf, maar word ook bevestigd door o.a. [betrokkene 1] en [betrokkene 2].

3.2 Eenmaal op Curacao was het de bedoeling dat cliënt de gedemonteerde onderdelen weer op de stoomketel zou plaatsen zodat de promotie kon plaatsvinden. Zo ver is het echter niet gekomen. In de eerste plaats niet omdat de ketel eigenlijk pas op de dag van vertrek van cliënt werd vrijgegeven door de douane. Cliënt verbleef destijds van 4 tot 11 november op Curacao en de stoomketel werd pas vrijgegeven op 11 november (zie o.a. [betrokkene 7] p.699). Maar zelfs al zou de ketel wel tijdig zijn vrijgegeven, dan had cliënt nog de ketel niet kunnen prepareren omdat de benodigde onderdelen niet waren binnengekomen

3.3 Dat de ketel weer terug kwam vond cliënt ook niet vreemd en dat hoefde hij ook niet vreemd te vinden. De bedoeling was immers dat de ketel hier in Nederland gekeurd zou gaan worden. Maar voordat de ketel ter keuring zou worden aangeboden, zou cliënt eerst in overleg met de ketelboer zelf een aantal reparaties verrichten (p.254). Dit uiteraard om de kosten zo veel mogelijk te drukken en dit verklaart, aldus cliënt, waarom een loods nodig was.

(...)

4. Het demonteren van de ketel

(...)

Uit het dossier komt naar voren dat men ongeveer 2 weken bezig is geweest met het demonteren van de ketel. Vast staat dat cliënt niet de gehele 2 weken aanwezig is geweest en dat hij dus ook niet alle onderdelen zelf gedemonteerd heeft. Ook [betrokkene 2], [betrokkene 1], [betrokkene 8] en zelfs de schoonzoon van cliënt hebben geholpen bij het demonteren. Cliënt heeft verklaard dat hij de onderdelen die hij verwijderd heeft, zo netjes als mogelijk heeft verwijderd aangezien deze ooit weer op de ketel gemonteerd zouden moeten worden. En niet alleen zijn de onderdelen verwijderd, deze zijn ook allen netjes gewogen en gelabeld. De reden waarom een aantal appendages verwijderd moest worden is overigens omdat deze mogelijk bij de zeereis beschadigd zouden kunnen raken.

(...)

5. Het verzwaren van de ketel

(...)

[betrokkene 2] had hem namelijk verteld dat de ketel moest worden verzwaard, zodat de ketel zonder de appendages hetzelfde gewicht zou behouden als mèt de appendages. En dit was weer nodig zodat de ketel hetzelfde gewicht zou hebben als het gewicht dat op de papieren van de ketel stond vermeld (p.339).

(...)

Een schipper zal zijn vracht dusdanig indelen dat het gewicht zo veel als mogelijk gelijkmatig wordt verspreid. Als vervolgens een voorwerp (zoals bijvoorbeeld de stoomketel) stukken zwaarder of stukken lichter blijkt te zijn dan op de papieren vermeld staat, dan is het niet ondenkbaar dat dit gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van het schip.

(...)

6. Algemene opmerkingen

(...) het is in ieder geval niet cliënt geweest die de ketel heeft opengesneden, wat, gelet op de stelling van het OM, opvallend mag worden genoemd. Indien cliënt namelijk van het drugstransport op de hoogte zou zijn geweest, dan zou hij hoogstwaarschijnlijk, als de technische man, toch bij het open slijpen van de ketel aanwezig moeten zijn geweest. Maar dit was dus niet het geval en in plaats daarvan zijn een aantal jongelui geronseld (vermoedelijk door [betrokkene 2]) die voor een flink geldbedrag aan de slag mochten. Dit is niet logisch, want het zou een onnodige extra kostenpost met zich meebrengen."

2.6. Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof het volgende vastgesteld:

- verborgen in een stoomketel is 1760 kg cocaïne over zee vanuit Curaçao naar Nederland vervoerd; de ketel was vanuit Nederland daarheen vervoerd, verzwaard met een gewicht aan lood dat ongeveer overeenkwam met de hoeveelheid terugvervoerde cocaïne;

- de verdachte is betrokken geweest bij de aanschaf en het reisklaar maken van de ketel door daarvan onderdelen te verwijderen en bij het verzwaren van de ketel met het lood;

- hij deed dat op verzoek van [betrokkene 2], die hem als de technische man bij de werkzaamheden had betrokken;

- [betrokkene 2] had hem verteld dat de ontmantelde ketel moest worden verzwaard in verband met het op de reisdocumenten vermelde gewicht van de ketel;

- de verdachte bevond zich samen met [betrokkene 2] op Curaçao toen ook de ketel daar was; [betrokkene 2] is daar langer gebleven dan de verdachte;

- op verzoek van [betrokkene 2] heeft de verdachte een loods gezocht voor de opslag van de ketel na terugkeer; aan de ketel, die geen certificering meer had, moest nog worden gewerkt (branden en slijpen);

- [betrokkene 2] maakte de plannen en droeg de kosten van de reis en van de loods.

2.7. De namens de verdachte ter terechtzitting gegeven uitleg voor de door hem met betrekking tot de ketel verrichte handelingen komt in de kern erop neer dat hij niet beter wist dan dat de ketel een bijzondere rol speelde in verband met een zogenaamd [...]project op Curaçao, welk project [betrokkene 2] probeerde te verwerven. [betrokkene 2] en de verdachte waren daarmee reeds twee jaar doende. Daartoe waren al tal van besprekingen met derden gevoerd. De bedoeling was dat de ketel als modelexemplaar in bijzijn van iemand van de regering op Curaçao zou worden getoond. Daarna moest de ketel weer worden terugvervoerd omdat hij hier gekeurd en daartoe gerepareerd moest worden. De verdachte was bij dat alles als technische man betrokken.

2.8. Blijkens hetgeen het Hof heeft overwogen, heeft het Hof opzet van de verdachte op de invoer van de cocaïne in de vorm van voorwaardelijk opzet bewezen geacht. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en in het licht van hetgeen namens de verdachte is aangevoerd behoeft dat oordeel evenwel nadere motivering.

Blijkens zijn nadere bewijsoverweging heeft het Hof zijn oordeel dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er verdovende middelen (cocaïne) in de ketel naar Nederland zouden worden vervoerd, gegrond op zijn vaststelling dat de verdachte direct betrokken is geweest bij het verzwaren van de ketel en er weet van heeft gehad dat de ketel vanaf Curaçao weer naar Nederland zou worden getransporteerd. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat er vanaf Curaçao veel cocaïne wordt gesmokkeld. Een en ander vormt evenwel, mede in het licht van het gevoerde verweer, onvoldoende grond voor het oordeel dat bij de verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Hetgeen het Hof dienaangaande voorts nog heeft overwogen maakt dat niet anders. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de gebezigde bewijsmiddelen elementen bevatten die de lezing van de verdachte ondersteunen, zoals met betrekking tot de reden voor het verzwaren van de ontmantelde ketel en voor het na terugkeer daarvan keuringsgereed maken van de ketel.

Voorts biedt de overweging van het Hof dat de verdachte "minst genomen [moet] hebben kunnen vermoeden" dat de ketel op de terugreis substantiële hoeveelheden cocaïne zou bevatten, onvoldoende grondslag voor het oordeel dat hij dat op de koop toe heeft genomen.

2.9. Hieruit volgt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, zodat het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 15 juni 2010.