Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK7077

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-03-2010
Datum publicatie
31-03-2010
Zaaknummer
08/03265 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7077
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Klacht dat het p-v van het onderzoek in raadkamer niet inhoudt wat door de rm is aangevoerd. In aanmerking genomen dat het p-v niet inhoudt dat de rm heeft verlangd dat op de voet van art. 25.2 Sv enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen voldoet het opgemaakte p-v aan het bepaalde in art. 25.1 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 477
NJ 2010/404 met annotatie van P. Mevis
NJB 2010, 868
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 maart 2010

Strafkamer

Nr. 08/03265 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2008, nummer 22/006233-05, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat art. 25 Sv is geschonden nu het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, immers niet inhoudt wat door de raadsman is aangevoerd.

2.2. Art. 25 Sv luidt:

"1. Van het onderzoek der raadkamer wordt door den griffier een proces-verbaal opgemaakt, behelzende den zakelijken inhoud van de afgelegde verklaringen en van hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen.

2. Indien een verdachte, getuige of deskundige of de raadsman of de advocaat verlangt dat eenige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, geschiedt dat, voor zoover de opgave redelijke grenzen niet overschrijdt, zoveel mogelijk."

2.3. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt, voor zover hier van belang, in:

"De klager (...) is niet ter terechtzitting verschenen. (...)

De raadsman licht het klaagschrift toe.

De advocaat-generaal voert het woord en concludeert tot ongegrondverklaring van het beklag.

De raadsman en na hem de advocaat-generaal voeren wederom het woord.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten (...)."

2.4. In aanmerking genomen dat het proces-verbaal niet inhoudt dat de raadsman heeft verlangd dat op de voet van art. 25, tweede lid, Sv enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, voldoet het opgemaakte proces-verbaal aan het bepaalde in art. 25, eerste lid, Sv.

2.5. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, H.A.G. Splinter-van Kan, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2010.