Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK7029

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
08/02085 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7029
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beslag. Maatstaf. Nu de Rb zich niet heeft uitgelaten over de vraag of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 94
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 320
NBSTRAF 2010/94
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 februari 2010

Strafkamer

Nr. 08/02085 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 8 april 2008, nummer RK 08/200, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. H. Oldenhof, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift met de klacht dat de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft toegepast, althans de ongegrondverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd.

2.2. De Rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:

"Vast staat dat bedoelde hennepplanten op 16 oktober 2007 onder [betrokkene 1] in beslag zijn genomen en klager in eigendom toebehoren.

De hennepplanten zijn in beginsel vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu er aanwijzingen waren dat klager met deze voorwerpen een strafbaar feit had gepleegd, te weten - kort gezegd - opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en/of opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod (artikel 3 j° 11 Opiumwet), en het ongecontroleerde bezit van hennepplanten in strijd met de wet is. Klager werd voor dit strafbare feit vervolgd.

De hennepplanten mochten, zeker gelet op hun omvang, in beslag worden genomen, teneinde nader onderzoek te doen naar het gewicht etc. Op dat moment was niet hoogst onwaarschijnlijk dat een strafbare hoeveelheid hennep zou worden vastgesteld. De rechtbank acht het beslag niet onrechtmatig. Dat de politierechter d.d. 8 april 2008 heeft besloten tot vrijspraak van klager wegens onvoldoende bewijs ten aanzien van de strafbare hoeveelheid doet daaraan niet af."

2.3. Het gaat hier om vijf onder de klager op de voet van art. 94 Sv inbeslaggenomen hennepplanten. In een geval als het onderhavige dient de Rechtbank a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van die voorwerpen moet worden beschouwd (HR 7 juli 2009, LJN BI0524, NJ 2009, 405).

2.4. Door te overwegen als hiervoor onder 2.2 is weergegeven heeft de Rechtbank, die zich niet heeft uitgelaten over de vraag of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, haar beslissing niet toereikend gemotiveerd.

2.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2010.