Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK4935

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
08/05080
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK4935
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. In buitenland door een ouder verrichte erkenning van een minderjarig kind nietig? Verzoek om vervangende toestemming tot erkenning te verlenen. Rechtsmacht Nederlandse rechter? (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2010-01-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 184
JWB 2010/14

Uitspraak

22 januari 2010

Eerste Kamer

08/05080

EE/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

2. mr. R.P. ZWARTS, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over het thans nog minderjarige kind [het kind],

kantoorhoudende te Arnhem,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, de vrouw en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 1 maart 2004 ter griffie van de rechtbank Arnhem ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de, door de man op 11 oktober 2003 te Straatsburg gedane erkenning, van het minderjarige kind [het kind] (hierna: [het kind]) nietig is.

De man heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [het kind].

De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 15 juni 2004 de curator als zodanig benoemd en bij tussenbeschikking van 29 juli 2004 de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek in te stellen zoals omschreven in rov. 6 van de tussenbeschikking. Nadat de Raad voor de Kinderbescherming rapport en advies had uitgebracht, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 30 juni 2005 toestemming verleend tot erkenning door de man van [het kind] en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen de eindbeschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De curator heeft bij verweerschrift tevens incidenteel appelschrift verzocht de eindbeschikking van het hof te vernietigen en te verklaren dat de door de man op 11 oktober 2003 te Straatsburg gedane erkenning nietig is.

Na een tussenbeschikking van 23 mei 2006 heeft het hof bij eindbeschikking van 9 september 2008 in het principaal en incidenteel beroep de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, voor recht verklaard dat de door de man op 11 oktober 2003 te Straatsburg gedane erkenning nietig is, het verzoek van de man hem toestemming te verlenen [het kind] te erkennen alsnog afgewezen en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De curator heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 januari 2010.