Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK3532

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
26-01-2010
Zaaknummer
08/04568 W
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK3532
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overschrijding redelijke termijn in cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 248
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 januari 2010

Strafkamer

nr. 08/04568 W

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 oktober 2008, nummer RK 08/2879, omtrent een verzoek van de Minister van Justitie van Spanje tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[Veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Open Inrichting "Nederhof" te Middelburg.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend ten aanzien van de daarbij opgelegde straf en tot vermindering van die straf, met verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door de Rechtbank zijn ingezonden.

2.2. De veroordeelde, die in verband met de onderhavige zaak is gedetineerd, heeft op 27 oktober 2008 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 24 juli 2009 - en niet zoals in het middel wordt betoogd op 13 augustus 2009 - ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Het middel is dus terecht voorgesteld. Dit moet leiden tot strafvermindering.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en elf maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 26 januari 2010.