Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK2150

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
08/03363
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK2150
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich het in de strafzaak van de klager gewezen arrest van het Hof waarbij de teruggave van inbeslaggenomen kledingstukken aan de klager is gelast. Nu het tegen dat arrest ingestelde cassatieberoep door de Hoge Raad is verworpen en daardoor ’s Hofs last tot teruggave onherroepelijk is geworden, betekent dit dat de klager geen belang meer heeft bij zijn beroep tegen de beschikking van de Rechtbank. De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 198

Uitspraak

19 januari 2010

Strafkamer

nr. 08/03363

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 29 juli 2008, nummer RK 08/428, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Limburg-Zuid, locatie De Geerhorst" te Sittard.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft primair geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, tot onbevoegdverklaring van de Rechtbank tot kennisneming van het klaagschrift en tot verwijzing van de zaak teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan, en subsidiair tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1. De Rechtbank heeft bij de thans bestreden beschikking van 29 juli 2008 het klaagschrift strekkende tot teruggave aan de klager van inbeslaggenomen kledingstukken ongegrond verklaard.

2.2. Bij de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich het in de strafzaak van de klager gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 januari 2009 waarbij de teruggave van deze kledingstukken aan de klager is gelast. Het tegen dat arrest ingestelde cassatieberoep is door de Hoge Raad verworpen bij arrest van 5 januari 2010, nr. 09/00593. Daardoor is 's Hofs last tot teruggave onherroepelijk geworden. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij zijn beroep tegen de beschikking van de Rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2010.