Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2010:BK0688

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
07/12726
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK0688
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsmotivering. Nu de bewezenverklaring, vzv. behelzende dat de douane-expediteurs X en Y strafrechtelijk niet aansprakelijk zijn, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is 's Hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 316
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 februari 2010

Strafkamer

Nr. 07/12726

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 22 februari 2007, nummer 21/002061-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.J.P. van Omme, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

1.2. Het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal is niet binnen de bij de wet gestelde termijn binnengekomen.

2. Bewezenverklaring, bewijsvoering en bewijsoverweging

2.1. Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder 1 en 2 bewezenverklaard dat:

"1.

[A] B.V. en/of [B] B.V. op tijdstippen in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000, te Arnhem en/of Goirle en/of Tilburg en/of Duiven en/of Oosterhout, opzettelijk de (strafrechtelijk niet aansprakelijke) douane expediteurs [C] en [D] B.V. en [E] B.V. (in totaal 130) aangiften ten invoer voor het vrije verkeer (IM 4) van een groot aantal rollen linnen (weefsels van vlas), zijnde telkens ingevolge wettelijke bepalingen (Douanewet) een vereiste goederenaangifte, telkens onjuist of onvolledig heeft doen doen, immers waren in die aangiften telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid als land van herkomst Letland vermeld, zulks terwijl de feiten er toe strekten dat te weinig rechten bij invoer zouden worden geheven, terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging;

2.

[A] B.V. en/of [B] B.V. op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000, te Arnhem en/of Goirle en/of Tilburg en/of Duiven en/of Oosterhout, opzettelijk de (strafrechtelijk niet aansprakelijke) douane expediteurs [C] en [D] B.V. en [E] B.V., terwijl op die douane expediteurs ingevolge wettelijke bepaling(en) (Douanewet) de verplichting rustte tot het vertonen en overgeven en voor raadpleging ter beschikbaar stellen van bepaalde gegevensdragers, valse en/of vervalste gegevensdragers heeft doen overleggen en doen overgeven en/of voor raadpleging ter beschikking doen stellen, te weten valse en/of vervalste certificaten van oorsprong (EUR 1) en/of valse en/of vervalste facturen (op naam van [F]) zulks terwijl de feiten er toe strekten dat te weinig rechten bij invoer zouden worden geheven, terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging."

2.2. Deze bewezenverklaring steunt op in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.2 weergegeven bewijsmiddelen.

2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:

"Tot slot is door de verdediging onder meer nog betoogd dat in de tekst van de tenlastelegging onder 1 als land van herkomst Letland is vermeld. De verdediging is van mening dat dit bestanddeel niet bewezen kan worden, nu Letland terecht als land van herkomst moet worden aangemerkt.

Het hof volgt de verdediging niet in dit betoog, nu uit de stukken blijkt dat de goederen via Letland vanuit Rusland naar Nederland zijn vervoerd. Er is dan ook geen sprake van dat Letland als land van herkomst in de zin van oorsprong dient te worden aangemerkt."

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel keert zich tegen de motivering van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde met de klacht dat "het Hof niet heeft vastgesteld dat de uitvoerders straffeloos waren".

3.2. Aangezien de bewezenverklaring onder 1 en 2, voor zover behelzende dat de douane-expediteurs [C] en [D] B.V. strafrechtelijk niet aansprakelijk zijn, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is 's Hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.3. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 9 februari 2010.