Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK5192

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
04-12-2009
Zaaknummer
08/04673
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Artikel 8 Wet Vpb 1969. Artikel 3:54, lid 4, Wet IB 2001. Herinvesteringsreserve. Eis van eenzelfde economische functie bij bedrijfsmiddelen waarop niet dan wel in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2010/56
FED 2010/14 met annotatie van R. RUSSO
Belastingadvies 2010/2.4
Belastingadvies 2010/2.5
V-N 2009/62.8 met annotatie van Redactie
FutD 2009-2604
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 08/04673

4 december 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 30 september 2008, nr. AWB 06/3166, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank.

De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. De Rechtbank heeft geoordeeld dat (ook) bij de afboeking van een herinvesteringsreserve die is gevormd ter zake van de vervreemding van een bedrijfsmiddel waarop niet pleegt te worden afgeschreven op de aanschaffingskosten van een bedrijfsmiddel waarop in meer dan tien jaar pleegt te worden afgeschreven, de eis van eenzelfde economische functie geldt en daarbij overwogen dat van enige discrepantie tussen de tekst van artikel 3.54, lid 4, Wet IB 2001 en hetgeen de wetgever met deze bepaling voor ogen stond geen sprake is.

Dit oordeel van de Rechtbank is juist. De daartegen gerichte klacht faalt.

3.2. De klachten kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2009.