Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK3585

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
08/02849
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BK3585
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Bindend advies. Vordering bank te veroordelen tot betaling van het bedrag dat in bindend advies is toegewezen. Commissie van Beroep DSI heeft na bindend advies het onderzoek heropend toen bleek dat geen rekening was gehouden met stukken die klager bij de Commissie had doen bezorgen. Al-leen ernstige gebreken kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid on-aanvaardbaar is de wederpartij te houden aan de door een bindend adviseur in opdracht van partijen gegeven beslissing over een geschil (vgl. HR 12 september 1997, NJ 1998, 32). In het licht van het beginsel van hoor en wederhoor kon Commissie van Beroep tot oordeel komen dat behandeling van geschil, uitge-mond in een bindend advies, dermate gebrekkig was dat het geschil in zijn geheel opnieuw diende te wor-den behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 41
NJ 2010, 18
RF 2010, 34
TVA 2010, 18
NJB 2010, 109
JE 2010, 69
JWB 2009/525
JBPR 2010/18 met annotatie van mw. mr. P.E. Ernste
JOR 2010/69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2009

Eerste Kamer

08/02849

EE/SV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

LIMBURGS ADVIES CENTRUM B.V. (voorheen geheten: Sagittarius Beleggingen B.V.),

gevestigd te Maastricht,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Sagittarius.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiseres] heeft bij exploot van 20 juni 2005 Sagittarius gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, onder meer het bindend advies van de Commissie van Beroep van het Dutch Securities Institute (hierna ook : DSI) van 24 februari 2005 te bekrachtigen en Sagittarius te veroordelen tot nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van dit advies, door aan [eiseres] te betalen de in het bindend advies vastgestelde schadevergoeding van € 35.000,--, vermeerderd met rente en kosten.

Sagittarius heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 29 maart 2006 Sagittarius veroordeeld aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 35.000,--, met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft Sagittarius hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Na een tussenarrest van 12 april 2007 heeft het hof bij eindarrest van 27 maart 2008 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van [eiseres] alsnog afgewezen.

Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Sagittarius is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat en mr. L. Kelkensberg, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot vernietiging van het bestreden arrest.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [Eiseres] heeft op 15 januari 2002 een vermogensbeheerovereenkomst gesloten met Sagittarius.

Zij heeft toen een bedrag van € 136.134,06 aan te beheren vermogen ingelegd.

(ii) Sagittarius is een vermogensbeheerder en was destijds als deelnemer aangesloten bij het Dutch Securities Institute (hierna: DSI). DSI voorziet in een regeling voor geschillen tussen een DSI-deelnemer en het beleggend publiek.

(iii) Op 10 september 2002 heeft [eiseres] de vermogensbeheerovereenkomst opgezegd.

Het door Sagittarius belegde vermogen was op dat moment circa € 40.000,-- in waarde gedaald.

(iv) Op 12 november 2002 heeft [eiseres] een klacht ingediend bij de Klachtencommissie van DSI tegen Sagittarius en tegen BinckBank N.V., waar de effectenportefeuille van [eiseres] was ondergebracht. [eiseres] maakte aanspraak op vergoeding van het door haar geleden verlies.

(v) De Klachtencommissie heeft bij bindend advies van 18 november 2003 de klacht van [eiseres] ongegrond bevonden.

(vi) [Eiseres] is tegen de beslissing van de Klachtencommissie in hoger beroep gegaan bij de Commissie van Beroep van DSI. Bij bindend advies van 31 augustus 2004 heeft de Commissie van Beroep de beslissing van de Klachtencommissie bevestigd.

(vii) Naar aanleiding van brieven van [eiseres] van 15 september 2004 onderscheidenlijk van haar raadsman van 1 oktober 2004, kort gezegd inhoudende dat de uitspraak van 31 augustus 2004 kennelijk was gewezen zonder dat rekening was gehouden met stukken die [eiseres] op 16 augustus 2004 tijdig had doen bezorgen, heeft de voorzitter van de Commissie van Beroep op 20 oktober 2004 het onderzoek heropend.

(viii) Op 24 februari 2005 heeft de Commissie van Beroep uitspraak gedaan. Zij heeft geoordeeld dat Sagittarius is tekortgeschoten door het vermogen van [eiseres] risicovol te beleggen terwijl een defensieve beleggingsstrategie was afgesproken. De door Sagittarius te vergoeden schade werd bepaald op € 35.000,--.

3.2 [Eiseres] heeft de hiervoor in 1 vermelde vordering ingesteld, kort gezegd strekkende tot veroordeling van Sagittarius om het bedrag van € 35.000,-- te betalen. De rechtbank heeft de vordering toegewezen. Het hof heeft het vonnis vernietigd en de vordering alsnog afgewezen. Het hof was van oordeel dat het, gelet op de wijze waarop het bindend advies van 24 februari 2005 is tot stand gekomen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Sagittarius aan dat advies wordt gehouden. Hetgeen het hof daartoe heeft overwogen kan als volgt worden samengevat.

Het nemen van de eerste beslissing door de Commissie van Beroep zonder daarbij acht te slaan op de door [eiseres] op 16 augustus 2004 tijdig aangereikte stukken, is een ernstige procedurefout. Die fout kan echter slechts aanleiding geven tot vernietiging van de eerste beslissing, indien door die fout nadeel is toegebracht aan de in het ongelijk gestelde partij. Dit laatste is niet het geval nu, naar de rechtbank - in hoger beroep niet bestreden - heeft overwogen, de stukken van 16 augustus 2004 geen betrekking hadden op de klacht tegen Sagittarius, maar slechts op de klacht tegen BinckBank. De procedurefout had de Commissie van Beroep dan ook geen aanleiding moeten geven tot een volledig nieuwe behandeling en had niet moeten leiden tot een tweede beslissing in beroep. (rov. 2.5.2-2.5.6)

3.3 Bij de beoordeling van het hiertegen gerichte middel dient tot uitgangspunt dat alleen ernstige gebreken kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de wederpartij te houden aan de door een bindend adviseur in opdracht van partijen gegeven beslissing over een geschil (vgl. HR 12 september 1997, nr. 16380, LJN ZC2427, NJ 1998, 382). Volgens het hof, zoals zijn oordeel moet worden verstaan, schuilen deze ernstige gebreken erin dat de Commissie van Beroep, optredend als bindend adviseur, de door [eiseres] alsnog in het geding gebrachte stukken ten onrechte heeft aangegrepen om het geschil van partijen opnieuw te behandelen.

3.4 De hiertegen gerichte klachten van het middel treffen doel. In het licht van het essentiële beginsel van hoor en wederhoor kon de Commissie van Beroep zeer wel tot het oordeel komen dat de behandeling van het geschil die is uitgemond in het bindend advies van 31 augustus 2004, zodanig gebrekkig is geweest dat het geschil in zijn geheel opnieuw diende te worden behandeld en beslist. Het andersluidende oordeel van het hof is op een onjuiste rechtsopvatting gebaseerd.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 27 maart 2008;

verwijst het geding naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt Sagittarius in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.216,62 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.