Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK3076

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
09/02513
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BK3076
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Borgersbrief buiten termijn art. 44 lid 3 Rv. ingediend en daarom niet in beoorde-ling betrokken. Is tussen partijen een overeenkomst totstandgekomen? (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 67
JWB 2009/511
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2009

Eerste Kamer

09/02513

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R.L. Bakels.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 6 juni 2005 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren voor recht dat tussen [eiser] en [verweerder] een overeenkomst bestaat waarbij [verweerder] is gehouden een percentage van inkomsten uit exploitatie van zandgroeven annex stortputten te betalen aan [eiser] met daarbij aangevende het tijdstip wanneer deze uitbetaling moet of reeds had moeten plaatsvinden, met dien verstande dat [verweerder] ook gehouden is tot schadevergoeding inzake de niet-nakoming van de verbintenis tussen [verweerder] en [eiser].

[Verweerder] heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 20 september 2006 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 27 januari 2009 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Partijen hebben afgezien van het geven van een toelichting.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van [eiser] heeft op 27 november 2009 schriftelijk op deze ter rolle van 6 november 2009 genomen conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 358,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.