Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK1833

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
09/02410 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 november 2009

Strafkamer

nr. 09/02410 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 5 oktober 2006, nummer 05/701591-06, ingediend door:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast" veroordeeld tot een geldboete van € 135,-, subsidiair 2 dagen hechtenis, waarvan € 50,-, subsidiair 1 dag hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de Politierechter zich heeft gebaseerd op onjuiste informatie van de politie en dat deze zaak niet zou hebben geleid tot de veroordeling van de aanvrager, indien de Politierechter bekend was geweest met de brief van 4 juni 2008 van de Hoofdofficier van Justitie te Arnhem waarin aan de aanvrager is medegedeeld dat "de zinsnede op de aanhoudingskaart waarvan inmiddels door de korpsbeheerder is aangegeven dat deze passage niet op feitelijkheden berust en onbehoorlijk is, is gewist".

3.3. Die omstandigheid kan echter niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. Het wissen van de desbetreffende zinsnede, die luidde: "Verdachte heeft een psychiatrisch verleden", doet er immers niet aan af dat de aanvrager niet heeft voldaan aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 november 2009.