Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK0918

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
08/02015 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BK0918
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. Verbeurdverklaring. Gelet op de uit de art. 33 en 33a Sr volgende vereisten voor verbeurdverklaring en in aanmerking genomen hetgeen de klager in raadkamer heeft aangevoerd, is het oordeel van de Rb. dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter het inbeslaggenomene zal verbeurdverklaren, niet zonder meer begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2009

Strafkamer

nr. 08/02015 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 18 maart 2008, nummer RK 08/154, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel komt op tegen het oordeel van de Rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het inbeslaggenomene zal verbeurdverklaren.

2.2. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt het volgende in:

"De klager voert aan - zakelijk weergegeven -:

Dat hij de Peugeot 206 met het kenteken [AA-00-BB] heeft ingeruild. Daarbij heeft hij alles nagekeken en alles klopte. De auto was drie weken eerder gekeurd door het RDW. Hij heeft de auto aan [betrokkene 1] verkocht voor € 10.000,-. De vrouw kreeg met de auto een ongeluk en bij de Peugeot-dealer bleek dat de auto gestolen was. Dit is iets wat alleen de dealer kan controleren. [Betrokkene 1] heeft een civiele procedure tegen hem gevoerd en hij heeft haar het aankoopbedrag terug moeten betalen. Klager is van mening dat hij derhalve recht heeft op teruggave van de auto, zodat hij de zaak op zijn eigen manier kan afhandelen en zijn schade kan beperken.

De officier van justitie verzet zich tegen de inwilliging van het klaagschrift. Zij acht het niet wenselijk een gestolen en omgekatte auto terug in het verkeer te brengen."

2.3. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking het volgende overwogen:

"Het klaagschrift betreft een gestolen en "omgekatte" auto, die door de politie om die reden in beslag is genomen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat zich in deze zaak het geval voordoet dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is, dat de strafrechter - later oordelend - het inbeslaggenomene zal verbeurdverklaren, zodat het beklag ongegrond verklaard dient te worden."

2.4. Gelet op de uit de art. 33 en 33a Sr volgende vereisten voor verbeurdverklaring en in aanmerking genomen hetgeen de klager in raadkamer heeft aangevoerd, is het oordeel van de Rechtbank dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de - later oordelende - strafrechter het inbeslaggenomene zal verbeurdverklaren, niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2009.