Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BK0271

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-10-2009
Datum publicatie
16-10-2009
Zaaknummer
08/03786
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artikel 10:11 Awb. Ondertekeningsmandaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2009/2455 met annotatie van Niessen-Cobben
FutD 2009-2216
Belastingblad 2009/1463
BNB 2009/316
V-N 2009/51.6

Uitspraak

Nr. 08/03786

16 oktober 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2008, nr. 08/00164, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1. Het geding in feitelijke instanties

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 vastgesteld.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar bij uitspraak de waarde gehandhaafd.

De Rechtbank te Alkmaar (nr. 07/2036 WOZ) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. De uitspraak op bezwaar vermeldt dat zij is gedaan door A is de heffingsambtenaar.

3.1.2. Het Hof heeft vastgesteld dat B de uitspraak op bezwaar heeft ondertekend in opdracht van de heffingsambtenaar. Dit oordeel is van feitelijke aard, en kan daarom in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.

3.2.1. Uit hetgeen in 3.1 is overwogen volgt dat uitspraak op bezwaar is gedaan door het bevoegde bestuursorgaan, namelijk de heffingsambtenaar.

3.2.2. De ondertekening van het schriftelijke besluit door een ander dan de heffingsambtenaar in diens opdracht is op grond van het bepaalde in artikel 10:11 van de Algemene wet bestuursrecht toelaatbaar, nu er geen wettelijk voorschrift bestaat waarin anders is bepaald, en de aard van de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften zich hiertegen niet verzet.

3.2.3. Op grond hiervan faalt belanghebbendes eerste klacht.

3.3. Ook de tweede klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2009.