Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ8724

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
08/01080
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ8724
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2007:BC2950, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Uitleg van overeenkomst waarin de gevolgen van de ontbinding van een arbeidsovereenkomst (ex art. 7:685 BW) zijn geregeld. In hoeverre kan ex-werknemer op grond van beëindigingsovereenkomst aanspraak maken op vervallen deel overhevelingstoeslag? Aanvullende werking redelijkheid en billijkheid? (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1348
RCR 2010, 1
JWB 2009/417
JAR 2009/306
AR-Updates.nl 2009-0859
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 november 2009

Eerste Kamer

08/01080

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ABN AMRO en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 27 juli 2004 ABN AMRO gedagvaard voor de kantonrechter te Amsterdam en, na wijziging van eis, gevorderd voor recht te verklaren dat ABN AMRO aansprakelijk is voor de door [verweerder] geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het wegens toedoen van ABN AMRO niet voldoen aan de aanvullingsrichtlijnen welke voortvloeien uit de bepalingen van de tussen partijen op 26 maart 1999 gesloten vaststellingsovereenkomst, ABN AMRO te veroordelen tot betaling van de door [verweerder] geleden schade over de periode van januari 2001 tot en met augustus 2005 ad € 1.564,17, ABN AMRO te veroordelen tot betaling van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag voor nog te lijden schade ten gevolge van het in onvoldoende mate bieden van financiële compensaties door ABN AMRO voor het wegvallen van de overhevelingstoeslag (OHT) als gevolg van de Wet brutering overhevelingstoeslag in samenhang met vigerende bepalingen, een en ander te vermeerderen met rente en kosten.

ABN AMRO heeft de vordering bestreden.

Na een tussenvonnis van 22 juli 2005 heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 27 januari 2006 de vorderingen van [verweerder] (grotendeels) toegewezen.

Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft ABN AMRO hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 15 november 2007 heeft het hof de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft ABN AMRO beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op

13 november 2009.