Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ6967

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
08/03868 A
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ6967
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Bedreiging met geweld i.d.z.v. art. 325 SrNA. Van bedreiging met geweld i.d.z.v. art. 325 SrNA kan ook sprake zijn indien de daders een dermate dreigende situatie hebben gecreëerd, dat de vrees van de slachtoffers voor geweld van hun zijde gerechtvaardigd is (HR LJN AD0225).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 499
RvdW 2009, 1176
NJB 2009, 1881
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 september 2009

Strafkamer

nr. 08/03868 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 mei 2008, nummer H-39/2008, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring op Curaçao (Nederlandse Antillen).

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Goudswaard en mr. I. van Straalen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De raadslieden hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof een te ruime uitleg heeft gegeven aan het begrip "bedreiging met geweld" in de zin van art. 325 SrNA, althans dat de bewezenverklaring terzake ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat hij:

"op 1 december 2006 op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een filiaal van de Girobank op de Santa Rosaweg, heeft weggenomen:

• geld toebehorende aan de Girobank N.V., welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen (onder meer) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welke bedreiging met geweld bestond uit:

• het gekleed in donkerkleurig ketelpak en met handschoenen aan en met bedekt gezicht, betreden van voormelde bank, alwaar [slachtoffers] zich bevonden en;

• het richten van een hand op [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] onderwijl tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] roepend om stil te blijven staan."

2.2.2. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik ben werkzaam bij de de Girobank als Branch Manager en als zodanig bevoegd tot het doen van aangifte. Op vrijdag 01 december 2006 omstreeks 11.07 uur, heeft er een overval plaatsgevonden op het filiaal van onze bank op de Santa Rosaweg. Ik heb uitgerekend dat in de drie weggenomen koffers een bedrag heeft gezeten van NAF. 526.247,71. Het ontvreemde geld is geheel eigendom van de Girobank. Niemand had het recht of de toestemming om het geld van de bank weg te nemen en zich toe te eigenen."

b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4]:

"Ik ben bewaker van AVD Security. Mijn standplaats is "[...]" gelegen aan de Santa Rosaweg. Vanmorgen, aldus op 1 december 2006, bevond ik mij in bovenvermeld gebouw samen met een collega van mij. Wij stonden binnen in het gebouw bij de voordeur. Plotseling stormden de twee hierboven beschreven verdachten, via de voordeur waar wij stonden, het gebouw binnen. Zij waren beiden gekleed in donkerblauwe overalls en hadden hun hoofden en gezichten bedekt met mutsen. Alleen hun ogen waren zichtbaar. Een van de daders had een werktrap bij zich. Verdachte 1 riep: (..) "Iedereen stil blijven staan!" Hierbij bleef iedereen stilstaan. Een van de daders rukte de dienstportofoon uit mijn hand en nam deze weg."

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:

"Samen met collega [slachtoffer 4] bewaakte ik het gebouw van [...]. Omstreeks 11.15 uur stormden plotseling 2 mannen het gebouw binnen. Beiden droegen een donkerblauwe overall en over het gezicht getrokken mutsen waarin ooggaten waren aangebracht. Bij de balie stonden ongeveer 5 klanten. Verdachte 1 riep: "Iedereen stil blijven staan."

d. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

"Ik hoorde een stem die zei "Jij moet stil blijven staan". Ik schat dat het rond 11.15 uur was. Ik keek op en zag een voor mij onbekende man in de voordeur opening staan. Tegelijkertijd zag ik nog een andere voor mij onbekende man naar binnen lopen met een trap in zijn hand. Beiden hadden een soort donker blauw werkpak aan. Hun gezichten waren bedekt."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

"Op 1 december 2006 bij de Girobank op de Santa Rosaweg zag ik rond 11.05 uur of 11.10 uur 2 mannen naast de hoofdingang. Bedoelde mannen waren beiden op dezelfde manier gekleed. Ik drukte op de paniekknop. Toen een van de mannen over de balie was gekomen rende ik naar het toilet. Daar ben ik in gebleven tot ze weg waren."

f. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

"Ik zag dat de bankovervallers handschoenen aan hadden. Ik was bang. Ik weet nog dat ik op de grond lag."

g. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Ik ben in het bezit gesteld van de videobeelden afkomstig van de beveiligingscamera's welke zich bevinden binnen in en rondom in de Girobank, filiaal [...], gevestigd Santa Rosaweg te Curaçao. Op deze videobeelden werd de bovenvermelde overval vastgelegd. Ik heb deze videobeelden bekeken en hetgeen ik op deze videobeelden heb gezien, gerelateerd in dit proces-verbaal.

Om 11:07:50 uur komen twee gemaskerde mannen in donkerblauwe overalls het bankfiliaal binnen. Om 11:07:52 uur duwt dader 1 de beveiligingsmedewerker die rechts van hem staat, naast de deur, opzij met zijn linker hand. Om 11:07:55 uur richt dader 1 zich naar de beveiligingsmedewerker die aan de linker kant van hem staat naast de deur en wijst naar hem met zijn linker hand. Om 11:08:11 uur zijn beide daders via de trap over de tussenwand geklommen en hebben zij 3 geldkoffers van onder de loketten gepakt. Zij lopen naar de achteruitgang alwaar dader 1 om 11:08:16 uur het slot van de achterdeur opent. Om 11:08:22 uur lopen zij naar buiten en stappen zij in de gereedstaande vluchtauto."

h. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 6 mei 2008, voor zover inhoudende:

"Ik ken [medeverdachte 1]."

i. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

- als verklaring van [medeverdachte 1]:

"[verdachte] heeft die overval gepleegd."

- als relaas van de verbalisanten:

"Tijdens het verhoor werd aan de verdachte [medeverdachte 1] de foto getoond van de man genaamd:

--------------- [verdachte], --------------

geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

[Medeverdachte 1] keek de foto aan en verklaarde hierbij het volgende:

"De man op de foto die jullie mij hadden getoond is de man [verdachte], waarover ik (..) had verklaard met de man die de overval had gepleegd."

j. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:

"[Betrokkene 2] had mij gezegd dat [betrokkene 3] met mij wilde praten over het plannen van een overval in het filiaal van de Girobank waar zij werkt. Toen ik met [betrokkene 2] van de ontmoeting met [betrokkene 3] terug naar huis reed, zag ik [verdachte] onder de boom in Marchena zitten. Ik zei toen tegen hem dat ik een vrouw ken die in de Girobank werkt en die een overval wilde plannen. [Verdachte] had mij toen gezegd dat hij persoonlijk in contact wilde komen met die vrouw. Ongeveer 1 week daarna heb ik [betrokkene 3] opgebeld om een afspraak te maken. De ontmoeting vond plaats op dezelfde dag dat ik [betrokkene 3] had opgebeld, bij Esperamos Supermarket. [Verdachte] kwam mij ophalen en wij reden daar in zijn auto naar toe. [Verdachte] had zijn auto geparkeerd bij de ingang van de parkeerplaats. [Verdachte] en ik stapten toen uit de auto van [verdachte] en liepen naar de auto van [betrokkene 3]. Ik stapte toen in de auto van [betrokkene 3] voorin aan de mede-inzittende zijde. [Verdachte] stapte achter in de auto. Ik had toen [verdachte] aan [betrokkene 3] voorgesteld. [Betrokkene 3] had aan [verdachte] uitleg gegeven over de mogelijkheden om een overval te plegen in de Girobank waar zij werkt. Zij vertelde wanneer het geld binnenkwam en hoe makkelijk het was om in de bank te komen. Later had ik een tweede ontmoeting geregeld te Seru Fortuna. Ik was daar al. Eerst kwam [betrokkene 3] aanrijden, daarna [verdachte]. Ik stapte in de auto van [betrokkene 3] en [verdachte] stapte ook in de auto van [betrokkene 3]. Het gesprek ging over het camera systeem. Ook vertelde [betrokkene 3] hoe [verdachte] het pand kon verlaten. De afspraak was dat [verdachte] mij zou komen ophalen op 1 december 2006, om de overval te gaan plegen. Een paar dagen na de overval is [verdachte] bij mij langs gekomen. Hij overhandigde mij toen een zak met geld bestemd voor [betrokkene 3]. Ik had mijn gedeelte ook in een zak gekregen van [verdachte]. Ik had NAF. 20.000,- van [verdachte] gekregen. Een paar dagen later kwam [verdachte] bij mij bij het huis van [betrokkene 2]. [Verdachte] had mij toen gezegd dat ik de helft van mijn geld terug aan hem moest geven omdat [betrokkene 3] meer geld moest krijgen. Ik had toen NAF. 10.000,- aan [verdachte] terug gegeven."

k. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3]:

"[Medeverdachte 1] vroeg mij of hij met de man die de overval zou plegen bij mij kon komen. Ik zei oké. Enige tijd later vroeg [medeverdachte 1] of wij elkaar op de parkeerplaats van Esperamos Supermarket konden ontmoeten. Dat was na mijn werk, ik reed er meteen naar toe. Toen ik daar stond klopte [medeverdachte 1] op mijn raam. Hij stapte naast mij in. Een andere man stapte achterin. De man die achter in de auto stapte, had mij toen gezegd dat hij alleen een paar dingen aan mij wilde vragen omtrent de bank. Hij vroeg mij of de blauwe achterdeur van de bank van binnen of van buiten geopend wordt. Ik zei dat de sleutels constant aan de deur blijven hangen omdat het een nooduitgang betreft. De man had mij verder verteld dat hij veel weet over de gang van zaken in de bank zoals dat ik altijd als eerste de bank verlaat. Ook had hij aan mij gezegd dat hij weet dat er meestal 1 bewaker daar werkt en dat er alleen op bepaalde dagen 2 bewakers werkzaam zijn.

Bedoelde man had mij ook gezegd dat hij weet dat wij het geld in attachékoffers naast ons zelf houden gedurende de dag. Enige tijd later werd ik weer door [medeverdachte 1] opgebeld. [Medeverdachte 1] had mij toen gevraagd of wij elkaar konden ontmoeten bij Seru Fortuna daar hij iets met mij wilde bepraten. [Medeverdachte 1] stapte bij mij in de auto en zei toen tegen mij dat de man onderweg was en om even op hem te wachten. Ik veronderstelde dat de man die [medeverdachte 1] bedoelde dezelfde man was die met [medeverdachte 1] op de parkeerplaats van de Esperamos Supermarket was. Op een gegeven moment zag ik een kleine auto model SUV komen aanrijden. Bedoelde man kwam ging parkeren naast mijn auto. Deze man stapte uit zijn auto en stapte direct in mijn auto aan de achterkant. Bedoelde man had mij toen gezegd dat het geld vandaag was gebracht bij de bank. Vervolgens had hij mij gevraagd of al het geld van pensioen was gebracht. Ik had hem toen gezegd dat zij alleen maar de helft van het geld hadden gebracht want zij sturen nooit al het geld in 1 keer. Bedoelde man had toen gezegd dat zij morgen zelf zullen komen. [Medeverdachte 1] had aan bedoelde man toen gezegd dat het beter was om tot vrijdag te wachten om zo meer geld te kunnen krijgen. De volgende dag, donderdag zag ik dat de dag voorbij ging en niemand kwam iets doen in de bank. Ik werd in de avonduren door [medeverdachte 1] opgebeld. [Medeverdachte 1] had mij toen gezegd dat zij niet kwamen doordat de auto die zij speciaal hadden weggenomen om de overval te plegen gevonden werd. Vervolgens had [medeverdachte 1] aan mij gezegd dat zij op die dag 2 auto's zullen wegnemen ingeval 1 van die auto's gevonden wordt. [Medeverdachte 1] had mij verder gezegd dat zij morgen zeker zullen komen de overval plegen. Met morgen bedoel ik vrijdag 1 december 2006. Op vrijdag 1 december 2006, ongeveer anderhalf uur tevoren had ik een SMS gekregen van [medeverdachte 1]. De inhoud van die SMS was dat de mensen daarbuiten waren. Na ongeveer anderhalf uur, hoorde ik de deur van de bank naar binnen slaan. Ik keek omhoog en zag 1 man naar binnen lopen en zei tegen de bewaker sta stil. Ik wist toen direct dat het de mannen waren die de overval kwamen plegen. Ongeveer een week later ging ik naar de woning van de moeder van [betrokkene 2] om het geld op te halen. [Betrokkene 2] gaf mij een sok met het geld erin. Zij had mij ook gezegd dat het NAfl. 25.000,- betrof. Zij vertelde mij dat [medeverdachte 1] een geldbedrag had gekregen."

l. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:

"Ik ken [verdachte] via [medeverdachte 1]. Toen ze de beroving aan het voorbereiden waren hoorde ik zijn naam en wist ik dat hij op het eiland was. [Medeverdachte 1] heeft mij verteld dat het de [verdachte] is die we kennen vanuit Nederland."

m. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4], voor zover inhoudende:

- als relaas van de verbalisanten:

"Op (..) 17 maart 2007 (..) toonden wij verbalisanten (..) aan de verdachte (..) [betrokkene 2] (..) een fotokaart. Op deze fotokaart zijn tien foto's van verdachten afgebeeld. (..) Tussen deze foto's (no. 8) is de afbeelding opgenomen van de verdachte, te weten: [verdachte], geboren [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] (..)

De verdachte voornoemd wees naar de foto voorzien van het nummer 8. (..)"

- als verklaring van [betrokkene 2]:

"Van de afbeeldingen welke u mij zojuist getoond heeft, herken ik nummer 8 als de persoon [verdachte] waarover ik in mijn verklaringen verklaard heb. (...) Hij heet [verdachte]."

n. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:

"Toen we langs Marchena reden zag [medeverdachte 1] onder de boom in Marchena [verdachte] staan. [Medeverdachte 1] riep toen "Hey [verdachte]". [Medeverdachte 1] stopte de auto. [Verdachte] kwam naar de auto lopen. [Medeverdachte 1] is uitgestapt en om de auto heengelopen. [Verdachte] liep richting de passagierszijde. Ik bedoel hiermee daar waar ik zat. [Medeverdachte 1] en [verdachte] hebben toen met elkaar zitten praten. Ik kon het gesprek horen omdat het raam van mijn portier geopend was. [Medeverdachte 1] vertelde toen het verhaal van [betrokkene 3]. [Verdachte] vertelde [medeverdachte 1] dat hij er al een paar keer was geweest en dat hij de situatie daar kende. [Verdachte] vertelde toen tegen [medeverdachte 1] dat hij met [betrokkene 3] wilde praten om haar wat vragen te stellen. Een paar dagen later reden [medeverdachte 1] en ik weer via Marchena en zagen we [verdachte] onder de boom bij Marchena zitten. [Medeverdachte 1] parkeerde de auto weer op dezelfde plek. [Verdachte] zei tegen [medeverdachte 1] dat hij met het meisje van de bank wilde praten en haar persoonlijk een aantal vragen wilde stellen. [Medeverdachte 1] zei toen dat hij haar zou bellen. [Medeverdachte 1] heeft toen [betrokkene 3] gebeld en met haar een afspraak gemaakt. Ongeveer een week na de overval gaf [medeverdachte 1] mij het geld in een plastic zak. Hij zei tegen mij dat ik het geld aan [betrokkene 3] moest geven. [Medeverdachte 1] zei me dat de jongens 25.000 gulden voor [betrokkene 3] hadden. Ik gaf haar het geld dat [medeverdachte 1] mij had gegeven en dat ik aan [betrokkene 3] moest geven. Het geld zat in een zak. [Medeverdachte 1] had ook geld gekregen. Ik denk dat het tussen de 20.000 en 25.000 gulden was. Hij heeft dit op dezelfde dag als [betrokkene 3] ontvangen. [Medeverdachte 1] vertelde mij dat hij [verdachte] 10.000 gulden terug moest geven van de 20.000 of 25.000 gulden."

2.3. Art. 325, eerste lid, SrNA luidt:

"Met gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren wordt gestraft diefstal, voorafgaande, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zich zelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren."

2.4. Het Hof heeft vastgesteld dat:

(i) twee overvallers gekleed in donkerblauwe overalls, hun hoofden en gezichten bedekt met mutsen waarin ooggaten waren aangebracht, op 1 december 2006 de de Girobank binnenstormden;

(ii) één van de daders een beveiligingsmedewerker een duw gaf;

(iii) één van de daders naar een beveiligingsmedewerker richtte en naar hem wees met zijn linkerhand;

(iv) één van de daders de dienstportofoon uit de handen van een beveiligingsmedewerker rukte;

(v) één van de daders "Iedereen stil blijven staan" riep, en

(vi) een van de aldaar aanwezigen heeft verklaard dat ze bang was toen ze de bankovervallers zag.

2.5. Gelet op deze vaststellingen geeft het oordeel van het Hof dat in de onderhavige zaak sprake is van 'bedreiging met geweld' in de zin van art. 325 SrNA geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Immers van bedreiging met geweld kan ook sprake zijn indien de daders een dermate dreigende situatie hebben gecreëerd, dat de vrees van de slachtoffers voor geweld van hun zijde gerechtvaardigd is (vgl. HR 22 maart 1988, LJN AD0225, NJ 1988, 785). De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.

2.6. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 29 september 2009.