Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ3695

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
08/02542
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ3695
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: voorwaardelijke veroordeling tot gevangenisstraf, art. 14a Sr. Ad 1. Blijkens de aan de HR toezonden stukken is de bewaring van verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan enerzijds en de vordering tot bewaring anderzijds meer dan zes jaren zijn verlopen, zou - ingevolge art. 70.1 ahf onder 2° (oud) Sr in verbinding met art. 71 (oud) Sr - het recht tot strafvordering ten aanzien van die feiten vóór de behandeling van de zaak in hoger beroep zijn verjaard, tenzij de verjaring ingevolge art. 72 (oud) Sr door een daad van vervolging mocht zijn gestuit. Uit de hiervoor vermelde tijdstippen vloeit dan ook rechtstreeks de mogelijkheid voort dat het OM t.t.v. de behandeling van de zaak in hb wat betreft die feiten niet meer ontvankelijk was in zijn vervolging. Dit brengt mede dat het Hof, dat ingevolge het voorschrift van art. 348 Sv in verbinding met art. 415 Sv een onderzoek moest instellen naar de ontvankelijkheid van het OM in de vervolging, ervan had moeten doen blijken of een zodanig onderzoek heeft plaatsgevonden. Ad 2. Strafoplegging i.c. i.s.m. het te dezen toepasselijke art. 14a Sr, zoals dat luidde tot 1 februari 2006 (Vgl. HR LJN AX1662).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1233
NJ 2009, 533
NJB 2009, 1956

Uitspraak

13 oktober 2009

Strafkamer

Nr. 08/02542

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 december 2007, nummer 23/003801-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond, locatie de Schie" te Rotterdam.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.L. Kranendonk, advocaat te Beverwijk, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest met betrekking tot de beslissingen ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde feiten voor zover deze zouden zijn begaan in de periode augustus 1994 tot en met februari 2001, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank in dit opzicht is vernietigd, tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging van die feiten, tot vernietiging van de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1.1. Bij inleidende dagvaarding is aan de verdachte onder 2 tenlastegelegd dat:

"hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand augustus 1994 tot en met de maand december 1995 te IJmuiden, gemeente Velsen en/of te Haarlem (telkens) opzettelijk mishandelend een of meer perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]), zijnde respectievelijk zijn, verdachtes, echtgenote en/of kind(eren), (telkens) (met kracht) een of meermalen op de billen en/of in het gezicht en/of tegen het hoofd althans tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden

en/of dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari 1996 tot en met de maand juli 1999 te IJmuiden, gemeente Velsen en/of te Haarlem (telkens) opzettelijk mishandelend een of meer perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]), zijnde respectievelijk zijn, verdachtes, echtgenote en/of kind(eren), (telkens) (met kracht) een of meermalen op de billen en/of in het gezicht en/of tegen het hoofd althans tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden

en/of dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand augustus 1999 tot en met de maand februari 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen en/of te Haarlem (telkens) opzettelijk mishandelend een of meer perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), zijnde respectievelijk zijn, verdachtes, echtgenote en/of kind(eren), (telkens) (met kracht) een of meermalen op de billen en/of in het gezicht en/of tegen het hoofd althans tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of (opzettelijk) op het lichaam is gaan staan, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden."

3.1.2. De onder 2 tenlastegelegde feiten zijn strafbaar gesteld bij art. 300, eerste lid, (oud) in verbinding met art. 304, aanhef en onder 1o, (oud) Sr. Op mishandeling was ten tijde van de tenlastegelegde periode een gevangenisstraf gesteld van ten hoogste twee jaren.

3.2. Het Hof heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard met dien verstande dat de feiten zijn begaan op tijdstippen in de periode van de maand augustus 1994 tot en met de maand februari 2003.

3.3. Blijkens de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken is op 8 februari 2007 de bewaring van de verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan enerzijds en de vordering tot bewaring anderzijds meer dan zes jaren zijn verlopen, zou - ingevolge art. 70, eerste lid aanhef en onder 2°, (oud) Sr in verbinding met art. 71 (oud) Sr - het recht tot strafvordering ten aanzien van die feiten vóór de behandeling van de zaak in hoger beroep zijn verjaard, tenzij de verjaring ingevolge art. 72 (oud) Sr door een daad van vervolging mocht zijn gestuit. Uit de hiervoor vermelde tijdstippen vloeit dan ook rechtstreeks de mogelijkheid voort dat het Openbaar Ministerie ten tijde van de behandeling van de zaak in hoger beroep wat betreft die feiten niet meer ontvankelijk was in zijn vervolging. Dit brengt mede dat het Hof, dat ingevolge het voorschrift van art. 348 Sv in verbinding met art. 415 Sv een onderzoek moest instellen naar de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging, ervan had moeten doen blijken of een zodanig onderzoek heeft plaatsgevonden. Nu het Hof niet aan die eis heeft voldaan, is het bestreden arrest in zoverre niet naar behoren gemotiveerd.

3.4. Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze strafoplegging is in strijd met het te dezen toepasselijke art. 14a Sr, zoals dat luidde tot 1 februari 2006 (vgl. HR 13 juni 2006, LJN AX1662, NJ 2008, 52).

4. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde gronden aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde alsmede de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 13 oktober 2009.