Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ2825

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
08/00920
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ2825
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verstek; aanwezigheidsrecht. ‘s Hofs oordeel dat i.c. de zaak in afwezigheid van verdachte kon worden afgedaan is zonder nadere motivering niet begrijpelijk,nu het Hof heeft vastgesteld dat verdachte die ochtend om 08.00 uur in vrijheid is gesteld en de zitting om 14.00 begon, zonder dat het Hof heeft vastgesteld waar de verdachte in vrijheid is gesteld. Conclusie AG: anders, maar middel 2 slaagt ivm overschrijding wettelijke toegestane strafmaximum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 502
RvdW 2009, 1179
NJB 2009, 1879
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 september 2009

Strafkamer

nr. S 08/00920

CB/SM

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 juni 2007, nummer 23/005001-06, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde wat betreft de strafoplegging opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof de zaak niet, althans niet zonder meer, in afwezigheid van de verdachte had mogen afdoen.

2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2007 houdt het volgende in:

"De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen te 14.00 uur.

De verdachte, opgeroepen als:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

adres: [a-straat 1], [plaats A],

is niet verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. van der Putte, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart niet door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen. De raadsman deelt voorts mede dat het hem niet gelukt is contact te krijgen met zijn cliënt voorafgaand aan de terechtzitting van heden.

De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat achtereenvolgens bij het dagvaarden, 1 dag voor de terechtzitting van heden en heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (VIP) is gecontroleerd of verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef. De advocaat-generaal deelt voorts mede dat -zoals ook blijkt uit genoemd formulier- de verdachte hedenochtend te 8.00 uur in vrijheid is gesteld.

De raadsheer hervat het onderzoek van de zaak in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting van 11 april 2007.

De advocaat-generaal draagt de zaak voor."

2.3. Het oordeel van het Hof dat de zaak in afwezigheid van de verdachte behandeld en beslist kon worden, is in het onderhavige geval zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte op de dag van de terechtzitting, die om 14.00 uur begon, om 08.00 uur in vrijheid is gesteld, terwijl het Hof niets heeft vastgesteld omtrent de plaats waar de verdachte in vrijheid is gesteld.

2.4. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, J.W. Ilsink, J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 29 september 2009.