Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ2681

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
09-10-2009
Zaaknummer
08/03681
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ2681
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Totstandkoming overeenkomst? Hoofdelijke aansprakelijkheid? (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2009-10-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1162
JWB 2009/375

Uitspraak

9 oktober 2009

Eerste Kamer

08/03681

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.E. Franke.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 8 mei 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en, na wijziging van eis, gevorderd [verweerder] te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 272.268,13 alsmede [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van alle overige schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, het door [eiser] op 11 april 2002 gelegde conservatoir beslag op het onverdeeld aandeel van [verweerder] in [a-straat 1 en 2] te [plaats] op te heffen en door te halen.

Na een tussenvonnis van 1 oktober 2002, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 21 april 2004 in conventie de vorderingen afgewezen en in reconventie de vordering toegewezen.

Tegen het vonnis van 21 april 2004 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

[Verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 13 februari 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van [eiser] heeft op 12 augustus 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.