Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BJ1248

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2009
Datum publicatie
25-09-2009
Zaaknummer
07/10537
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ1248
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6394, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Verwerping van in eerste aanleg gevoerde verweren die in de vorm van een incidenteel hoger beroep aan het hof worden voorgelegd, waarmee dus ook het incidenteel beroep wordt verworpen, leidt niet tot kostenveroordeling incidenteel appellant.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 8
Burgerlijk Wetboek Boek 2 323
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1107
NJB 2009, 1725
JWB 2009/350
JOR 2010/3 met annotatie van R.G.J. de Haan
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 september 2009

Eerste Kamer

07/10537

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING TOT BEHOUD VAN DE HOGESCHOOL VOOR ECONOMISCHE STUDIES,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. W.E. Pors,

t e g e n

de stichting STICHTING HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vereniging en HvA.

1. Het geding in feitelijke instanties

De vereniging heeft bij exploot van 8 april 2005 HvA gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de fusie tussen de Hogeschool voor Economische Studies Amsterdam (hierna: HES) en de HvA-oud vernietigbaar is, alsmede primair vernietiging van deze fusie en subsidiair een gebod aan de HvA om over te gaan tot splitsing ex art. 2:334a BW.

HvA heeft de vordering bestreden en de rechtbank verzocht de vereniging niet-ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank heeft bij vonnis van 12 april 2006 het gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de vereniging hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. HvA heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 10 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vereniging beroep in cassatie ingesteld. HvA heeft (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord, tevens houdende incidenteel cassatieberoep, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep; ten aanzien van het incidenteel cassatieberoep heeft de vereniging met betrekking tot het onvoorwaardelijk deel tot referte geconcludeerd.

Voor de vereniging is de zaak toegelicht door mrs. J.M. Blanco Fernández en C.B. Schutte, beiden advocaat te Amsterdam en voor HvA is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. M.S. Goeman, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt in het principaal en voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep tot verwerping en in het onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep tot vernietiging van het bestreden arrest, uitsluitend voor zover daarin is beslist over de kosten van het incidenteel hoger beroep, waarna de Hoge Raad zelf een beslissing over die kosten zal kunnen nemen.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Bij deze stand van zaken heeft HvA geen belang meer bij haar beroep op niet-ontvankelijkheid van de Vereniging in haar cassatieberoep, zodat daaraan kan worden voorbijgegaan.

4. Beoordeling van het middel in het incidentele beroep

4.1 Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel, voor zover voorwaardelijk ingesteld, geen behandeling behoeft.

4.2 Voor zover onvoorwaardelijk ingesteld, klaagt het middel terecht dat het hof HvA in de kosten van het incidentele appel heeft veroordeeld. Naar vaste jurisprudentie kan de omstandigheid dat HvA in eerste aanleg gevoerde verweren in de vorm van een incidenteel hoger beroep onder de aandacht van het hof heeft gebracht, niet ertoe leiden dat verwerping van die verweren - en dientengevolge de verwerping van het incidenteel hoger beroep - HvA op een kostenveroordeling komt te staan.

4.3 De Hoge Raad kan, met vernietiging van het arrest van het hof in zoverre, zelf de zaak afdoen.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Vereniging in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HvA begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 10 mei 2007 voor zover HvA daarin is veroordeeld in de proceskosten van het incidentele appel;

compenseert de kosten van het geding in cassatie, in die zin dat iedere partij de hare draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.