Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI9274

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-06-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
07/12655
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI9274
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Blanco paspoorten reisdocumenten a.b.i. art. 231 Sr? Verdachte had Spaanse en Belgische blanco paspoorten in zijn bezit die niet gepersonaliseerd waren, d.w.z. feitelijk (nog) niet als zodanig gebruikt konden worden aangezien zij onder meer slechts waren voorzien van imitatie watermerken en waarbij echtheidskenmerken ontbraken. HR: Noch de tekst van de wet, noch de in de conslusie van de AG weergegeven wetsgeschiedenis, biedt steun aan de opvatting dat een blanco paspoort geen ‘reisdocument’ kan zijn i.d.z.v. art. 231 Sr.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 231
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2009, 279
NBSTRAF 2009/279
NJ 2009, 309
RvdW 2009, 817
NJB 2009, 1360
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 juni 2009

Strafkamer

nr. 07/12655

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 oktober 2007, nummer 24/002290-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof een verweer, inhoudende dat een twintigtal Belgische en Spaanse (blanco) paspoorten geen reisdocumenten zijn als bedoeld in art. 231 Sr, ten onrechte, althans zonder toereikende motivering, heeft verworpen.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"zij op 24 mei 2006 te Amsterdam in het bezit was van Italiaanse paspoorten waarvan zij wist dat die reisdocumenten vals waren, bestaande die valsheid hierin dat die reisdocumenten waren voorzien van imitatiewatermerken en vals laminaat en waren bewerkt met een imitatieprinttechniek, en in het bezit was van reisdocumenten, te weten tien Belgische paspoorten en 10 Spaanse paspoorten, waarvan zij wist dat die reisdocumenten vals waren bestaande die valsheid hierin dat

* bij de Belgische paspoorten de gedrukte serienummers en overige echtheidskenmerken ontbraken en de paspoorten waren voorzien van imitatiewatermerken, en

* bij de Spaanse paspoorten echtheidskenmerken ontbraken en de paspoorten waren voorzien van imitatiewatermerken."

2.3. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:

"De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof primair het standpunt ingenomen dat de in de woning van verdachte aangetroffen Franse, Spaanse en Belgische blanco paspoorten niet kunnen worden aangemerkt als reisdocumenten in de zin van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, nu zij - doordat zij niet zijn gepersonaliseerd - feitelijk (nog) niet als zodanig gebruikt kunnen worden. De documenten kunnen slechts als grondstoffen voor een reisdocument aangemerkt worden. Verdachte moet derhalve ten aanzien van deze documenten worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht - die mede te vinden is in de wetsgeschiedenis van de Paspoortwet - valt af te leiden dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om alles in het werk te stellen teneinde frauduleuze handelingen met zowel Nederlandse als buitenlandse reisdocumenten tegen te gaan (Kamerstukken II 1987/88 20 652, nr. 3, p. 1-2). Daartoe is onder meer bij de wet van 24 mei 1989, in werking getreden op 1 augustus 1989, de strafbaarstelling ten aanzien van fraude met reisdocumenten in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht uitgebreid. Bovendien is bij wet van 21 april 2004, in werking getreden op 16 juni 2004, naar aanleiding van het Europees kaderbesluit betreffende de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten, het strafmaximum in beide leden van dat artikel verhoogd. Duidelijk is dat het de wetgever ernst is met de bestrijding van valse/vervalste reisdocumenten.

De vraag die in de onderhavige zaak aan de orde is, is of het begrip 'reisdocument' in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht zo (beperkt) moet worden uitgelegd, dat daaronder slechts die documenten vallen die zijn gepersonaliseerd. Het hof is van oordeel dat voor deze beperkte uitleg geen aanknopingspunt is te vinden in de wetsgeschiedenis, noch van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, noch van de Paspoortwet. In de Memorie van Toelichting naar aanleiding van de meest recente wijziging van de Paspoortwet zijn aanwijzingen voor het tegendeel te vinden. In die Memorie is opgenomen dat is besloten 'de informatievoorziening rond reisdocumenten in de gehele paspoortketen (van productie als blanco document tot en met de definitieve onttrekking aan het verkeer) aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. In de verschillende fasen van de levensloop van een reisdocument zijn immers uiteenlopende informatiebehoeften van de daarbij betrokken actoren te onderkennen en zijn er ook verschillende mogelijkheden voor fraude en misbruik aanwezig, waarvan de bestrijding telkens een andere aanpak vereist.' Voorts wordt gepleit voor een registratie 'waarin documentgegevens worden opgenomen betreffende gestolen of vermiste blanco reisdocumenten en documentgegevens en de daarbij behorende persoonsgegevens van de houder, betreffende gestolen of vermiste gepersonaliseerde reisdocumenten, (...).' (Kamerstukken II 1999/2000 26 977, nr. 3, p. 4). Het begrip 'blanco reisdocument' wordt dus naast het begrip 'gepersonaliseerd reisdocument' gebruikt en de productie van het blanco document wordt aangemerkt als de eerste fase in de levensloop van een reisdocument.

Nu noch de wetstekst, noch de wetsgeschiedenis, noch doel en strekking van de hiervoor genoemde wetgeving steun biedt aan het standpunt van de raadsman, verwerpt het hof het verweer."

2.4. De tenlastelegging is toegesneden op art. 231 Sr. Deze bepaling luidt:

"1. Hij die een reisdocument valselijk opmaakt of vervalst, of een zodanig stuk op grond van valse gegevens doet verstrekken dan wel een aan hem of een ander verstrekt reisdocument ter beschikking stelt van een derde, met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in het bezit is van een reisdocument waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik maakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument."

2.5. Noch de tekst van de wet, noch de in de conclusie van de Advocaat-Generaal weergegeven wetsgeschiedenis biedt steun aan de aan het middel en het door het Hof verworpen verweer ten grondslag liggende opvatting dat een blanco paspoort geen "reisdocument" in de zin van art. 231 Sr kan zijn. Het Hof heeft het verweer mitsdien terecht en op goede gronden verworpen.

2.6. Het middel faalt.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 23 juni 2009.