Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI9208

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-09-2009
Datum publicatie
04-09-2009
Zaaknummer
C07/073HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI9208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Opheffing derdenbeslag. 81 RO

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 905
JWB 2009/290
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 september 2009

Eerste Kamer

C07/073HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

GLAVERBEL NEDERLAND HOLDING B.V. (voorheen Glaverfin Beheer B.V.),

gevestigd te Tiel,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Glaverbel.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 23 augustus 2001 Glaverbel gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, primair: Glaverbel te gebieden het aandeel in de commanditaire vennootschap Magnetron C.V. dat zij bij overeenkomst van 21 april 1998 heeft verkregen aan [eiser] terug te leveren, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Glaverbel tot vergoeding van de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Glaverbel heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, het door [eiser] ten laste van Glaverbel gelegde derdenbeslag op te heffen, te verklaren voor recht dat het beslag onrechtmatig is jegens Glaverbel en [eiser] te veroordelen tot vergoeding van schade ten gevolge van het beslag, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 19 september 2002, 9 juli 2003, 26 november 2003 en 12 mei 2004, bij eindvonnis van 16 maart 2005 in conventie de vorderingen afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht toegewezen en het door [eiser] op 9 augustus 2001 ten laste van Graverbel onder de ING Bank N.V. gelegde derdenbeslag opgeheven.

Tegen voornoemde vonnissen van de rechtbank heeft Glaverbel hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 17 oktober 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank van 19 september 2002, 9 juli 2003 en 26 november 2003 en de vonnissen van 12 mei 2004 en 16 maart 2005 bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Glaverbel is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Glaverbel begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.